Schelden met Luddieten.

Soms noemen we mensen iets dat negatief lijkt, maar dat bij nader inzien helemaal niet hoeft te zijn. Stoïcijn bijvoorbeeld. We kunnen veel leren van de Stoïcijnen die bij nadere bestudering helemaal niet koud en emotieloos blijken maar juist meenden zo veel mogelijk van het leven te kunnen genieten door zich alleen iets aan te trekken van dingen waar zij daadwerkelijk invloed op hadden.

De luddieten

Luddiet is nog zoiets. Vaak gebruikt door mensen die denken dat ons leven aangenamer wordt door nog meer hersenverwekende techniek om mensen aan te duiden die hier niet zo juichend tegenover staan.

Wie waren de luddieten?

De mensen die weten wie de Luddieten waren, hebben geleerd dat het een stel gemene oproerkraaiers waren die de weefgetouwen van arme, hardwerkende fabriekseigenaren sloopten. En zoals wel vaker in onze geschiedenisboeken werd ook dat verhaal nogal verdraaid, of er is op zijn minst een deel tactisch verzwegen.

Allereerst: de naam Luddiet komt van de persoon Edward (Nedd) Ludd. Die was lui en kreeg hiervoor fysieke straf van zijn baas. Om hem terug te betalen, timmerde hij een aantal weeframen in elkaar. Als er ergens iets kapot ging aan een weefgetouw, zei men ‘oh, dat heeft Ludd gedaan’.

Leve de revolutie

De industriële revolutie is pas 250 jaar geleden begonnen. Daarvoor waren veel mensen zelfstandig werkers. De middeleeuwen (de Dark Ages) worden vaak voorgesteld als een gruwelijke periode waarvan we gelukkig zijn gered door de industriële revolutie die ons zo veel goeds heeft gebracht. Misschien moeten we dat met een korreltje zout nemen.

Textielwerkers

Mensen die textiel vervaardigden tot 1750, hadden een aangenaam leven met een grote autonomie. Zoals veel mensen in die tijd. Mensen werkten vanuit huis en het hele gezin hielp mee. De kleine kinderen bijvoorbeeld met het schoonplukken van de wol, oudere kinderen met spinnen, de vader werkte met het weefgetouw. Mensen uit de buurt hielpen indien nodig, ruilhandel was nog levendig dus niemand schoot erbij in. Als de textielwerker scheel was van het geweef, kon hij zijn moestuin schoffelen, hout hakken of het bos om te jagen. Of bier drinken. Dat verhaal over dat het water niet drinkbaar was: geweldig verzonnen ;)

Zelfvoorzien

Het is typisch dat we ‘voorzien in je eigen behoeften’ zijn gaan zien als iets negatiefs. De mensen toen beseften dat er geen zekerheden waren en zo lang er gegeten kon worden en bier gebrouwen was het leven goed. Men leefde meer bij de dag, zelfs de tijd was nog een lokale aangelegenheid.

Voegt het echt zo veel toe om alles wat je zelf kan uit te besteden aan anderen en vervolgens tot je 71e te sloven voor je auto, je grote huis, je kleding, je verzekeringen, je dure reizen en al die andere dingen die de wereld tot een minder fijne plek maken?

Misschien is het onze fout om mensen die niet leven zoals wij, automatisch te betitelen als arm, derdewereld of sloeber. Dat mensen langer bezig zijn dan wij in het voorzien van hun noodzakelijke behoeften, maakt ze niet ‘arm’. Integendeel, denk ik.

Oh ja. Ik dwaal af.

En toen kwam de industriële revolutie. Het begon met de stoommachine, die eerst van pas kwam in de mijnbouw. Na een paar aanpassingen kon deze eind 18e eeuw ook in fabrieken als aandrijving worden gebruikt. Door gebruik in textielfabrieken kon veel goedkoper en sneller kleding worden gemaakt, maar een mechanisch weefgetouw maakte ook nagenoeg alle textielwerkers werkeloos, en daarmee verdween ook de broodwinning en raakten de gezinnen in armoede.

Ondertussen veranderde het stadsbeeld. Er kwamen onpersoonlijke, grote, herriemakende fabrieken die hele steden onder de zwarte troep spuugden.

Mensen moesten zich aanpassen aan de werktijden van de fabrieken en toen de gloeilamp eenmaal was uitgevonden, was er helemaal geen excuus meer om korter dan 14 uur te sloven voor de eigenaar van de fabriek. Als je nog werk had. Fabrieksbazen hadden er geen enkele moeite mee om kinderen van zeven jaar te werk te stellen in fabrieken. Kinderen die dankzij die fabriek werkloos geworden vader niets meer te eten hadden.

Opstand dus.

De textielarbeiders die hun banen waren verloren, pikten dit niet langer. Ze drongen fabrieken binnen en begonnen met het vernielen van machines. De opstanden werden bruut neergeslagen door de overheid en door fabrieken ingehuurde vrijwilligers.

Vervolgens werd het vernielen van fabriekseigendommen bij wet strafbaar met de dood. Ondanks dat, verspreidde de beweging zich rap door Noord Engeland. Door de enorme hoeveelheden ‘handhavers’ die naar het gebied werden gestuurd, leek het voor de mensen meer op leven in oorlogsgebied.

Uiteindelijk werden veertien mensen opgehangen op 16 januari 1813, in de naam van ‘de vooruitgang’. De straffen, waaronder ook lange opsluiting en verbanning (naar Australie) zorgden ervoor de beweging uiteindelijk stopte.

Lord Byron (ja, De Lord Byron) hield nog een uitvoerig pleidooi in het House of Lord voor de Luddieten en tegen de onevenredig zware straf die ze kregen, want zo kan je ophanging wel noemen. Een paar stukjes, voor degenen die nog niet zijn afgehaakt.

…it cannot be denied that they have arisen from circumstances of the most unparalelled distress. The perseverance of these miserable men in their proceedings, tends to prove that nothing but absolute want could have driven a large and once honest and industrious body of the people into the commission of excesses so hazardous to themselves, their families, and the community

Considerable injury has been done to the proprietors of the improved frames. These machines were to them an advantage, inasmuch as they superseded the necessity of employing a number of workmen, who were left in consequence to starve. By the adoption of one species of frame in particular, one man performed the work of many, and the superfluous labourers were thrown out of employment.

The rejected workmen, in the blindness of their ignorance, instead of rejoicing at these improvements in arts so beneficial to mankind, conceived themselves to be sacrificed to improvements in mechanism. In the foolishness of their hearts, they imagined that the maintenance and well doing of the industrious poor, were objects of greater consequence than the enrichment of a few individuals by any improvement in the implements of trade which threw the workmen out of employment, and rendered the labourer unworthy of his hire.

When we are told that these men are leagued together, not only for the destruction of their own comfort, but of their very means of subsistence, can we forget that it is the bitter policy, the destructive warfare, of the last eighteen years, which has destroyed their comfort, your comfort, all men’s comfort;—that policy which, originating with “great statesmen now no more,” has survived the dead to become a curse on the living unto the third and fourth generation! These men never destroyed their looms till they were become useless, worse than useless; till they were become actual impediments to their exertions in obtaining their daily bread

You call these men a mob, desperate, dangerous, and ignorant; and seem to think that the only way to quiet the ‘Bellua multorum capitum’ is to lop off a few of its superfluous heads. But even a mob may be better reduced to reason by a mixture of conciliation and firmness, than by additional irritation and redoubled penalties. Are we aware of our obligations to a mob! It is the mob that labour in your fields, and serve in your houses—that man your navy, and recruit your army—that have enabled you to defy all the world,—and can also defy you, when neglect and calamity have driven them to despair. You may call the people a mob, but do not forget that a mob too often speaks the sentiments of the people.

But suppose it past,—suppose one of these men, as I have seen them meagre with famine, sullen with despair, careless of a life which your lordships are perhaps about to value at something less than the price of a stocking-frame; suppose this man surrounded by those children for whom he is unable to procure bread at the hazard of his existence, about to be torn for ever from a family which he lately supported in peaceful industry, and which it is not his fault than he can no longer so support; suppose this man—and there are ten thousand such from whom you may select your victims,—dragged into court to be tried for this new offence, by this new law,—still there are two things wanting to convict and condemn him, and these are, in my opinion, twelve butchers for a jury, and a Jefferies for a judge!”

Is er veel veranderd? De regering die de kant kiest van het grote kapitaal, de machtige fabriekseigenaren en de gewone mensen laat verkommeren? Ik denk het niet.

We hebben het fabrieksmatige onderwijs, dividendgate, een heel leger van mensen dat werkt voor de rijkdom van een of een paar mensen terwijl de wereldbol verpletterd wordt door onze nijverheid, machtige wapenfabrikanten en bouwbedrijven die ernstig garen spinnen bij oorlog, dood en verderf, bedrijven die machtiger zijn en meer schade aanrichten dan de grootste legers uit de geschiedenis, bedrijven die complete beleidsnota’s voor de Europese Unie schrijven, sleepnetten, door de boerenbank gefinancierde mega-varkensstallen, pensioenfondsen die je geld vergokken omdat sommige mensen nooit iets leren en wel… kijk maar om je heen. Ik zie weinig menselijks in fabrieken, bedrijfspanden, winkelcentra, wooncomplexen, snelwegen en andere moderne dingen.

We hebben geen overheid die er is voor de mensen. Wel heel veel mensen die er zijn voor de overheid. De overheid is voor bedrijven, wiens producten we vervolgens gedwongen zijn af te nemen omdat er amper meer een andere keuze is. De overheid is er om ons allemaal in het zelfde systeem te proppen, de zelfde dingen te laten doen en de keuze voor een Renault of een Citroen te verkopen als vrijheid.

Zo lang we nog door anderen worden voorzien van eten, drinken en onderdak, zullen we niet zo snel gaan rebelleren tegen de mensen die ons bovengenoemde crap door de strot schuiven. Maar dat zouden we wel moeten. Vind ik. Aan de andere kant: het is vermoedelijk toch al te laat.

Advertenties

Ontdigitaliseren.

De ironie, hierover schrijven op een laptop die verbonden is met wifi ;)

De laatste tijd las ik veel wat maatschappijkritische boeken. Boeken van schrijvers die prachtig verwoorden wat ik in losse flarden denk, schrijvers die mooie, voor mij nieuwe inzichten over deze wereld presenteren en ronduit omstreden doch tot nadenken stemmende dingen.

Het is jammer dat er in onze maatschappij niet meer aandacht gegeven wordt aan andere zienswijzen. Aan maatschappijkritiek. Het zou veel mensen goed doen, denk ik.

Dat is natuurlijk niet praktisch. Stel dat mensen zich gaan afvragen waarom ze werken verkiezen boven bij hun gezin zijn, waarom we onze kinderen vanaf hun vierde voorbereiden op een ‘carrière’, waarom we kinderen met een shot paracetamol naar het kinderdagverblijf sturen voor de baas of hoe het gekomen is dat onze (over)grootouders bijna alles zelf konden en wij tegenwoordig niet verder komen kopuh.

Waarom al onze ‘vooruitgang’ uiteindelijk alleen maar dient om beter te functioneren in ‘het systeem’. Medicijnen die afwijkend gedrag of gevoel onderdrukken, mobiele technologie die ervoor zorgt dat je helemaal geen excuus meer hebt om je werk niet af te hebben en je 24/7 in de gaten houdt. De florerende huizenmarkt die veel mensen weer opknoopt aan een enorme schuld en een tophypotheek. Het prutsen met menselijk dna om modelkindjes te kweken want de techniek gaat altijd verder dan hetgeen waarvoor het in eerste instantie wordt ontworpen.

En elke keer blijven we geloven dat een beetje meer van die techniek die ons in deze ellende* heeft gebracht, het beter maakt. Maar: je kan een probleem niet op dezelfde manier oplossen als het is ontstaan. (ellende: iets met Syrië, plastic soep, Israël vs. Iran, olie-afhankelijkheid, big-media, dombo-tv, ontbossing, kernwapens, dierenleed, stervende insecten, landbouwgif, camera’s overal, vrije verhandeling van je gegevens aan fascebook en google aan de hoogste bieder, fast fashion  enzovoort)

Ik dwaal af.

Minder techniek dus. Omdat ik denk dat ‘we de verkeerde kant opgaan’ door echt alles over te laten aan internet en techniek die we zelf amper meer begrijpen.

Met een immer meekijkend maar nimmer vergetend google- en facebookoog op onze telefoon. Afhankelijkheid van internet voor de meest basale dingen als iets betalen, contact te onderhouden met mensen of checken wat voor weer het is. We onthouden steeds minder, want internet weet alles. Onze aandachtsspanne is gruwelijk kort geworden door alle afleiding die constant op ons wordt afgevuurd.

Ik houd van internet. Ik houd ervan hoe het informatie beschikbaar maakt, ervoor zorgt dat er andere geluiden gedeeld en gehoord kunnen worden. Maar het heeft zo zijn nadelen.

Ik denk niet dat ik in mijn eentje nu een de-digitaliseringsrevolutie kan ontketenen, maar ik kan zelf wel (gedeeltelijk) stoppen met met doen waar ik op tegen ben en meer doen van hetgeen dat mooi en fijn is.

Stopte met googlen en heb geen google-account

(soms maak ik er een aan om op in een aparte browser op blogs te reageren, om die na een paar dagen weer te verwijderen). Ik zoek dingen op via Startpage. Al die ‘handige’ diensten van google heb ik niet nodig. Want:

Heb geen smartphone meer.

Echt niet. Hoe 2003 is dat joh! Er is ook niemand die mijn nummer heeft behalve de man. Handig is een gek woord voor: ik upload mijn geheugen naar een kwetsbaar, manipuleerbaar apparaat dat mensen van me af kunnen pakken, kunnen misbruiken en bovendien zorgt dat ik verander in een schermveegzombie die denkt dat het echte leven zich afspeelt op een schermpje van 5 bij 8.

Ik schrijf minder mails.

Dat komt ook omdat ik weinig zin en tijd had om achter de computer te zitten. Ik vind het veel leuker om brieven te schrijven met een vulpen en vervolgens op de post te doen. Lekker langzaam. En dan een brief terug te krijgen. Eerst thee zetten, dan de brief openmaken en op het gemak lezen.

Meldde me af voor overheidsdiensten via mail

Je zit tot je dood vast aan mijnoverheid.nl. De Noorse variant is wat milder; om je af te melden van digipost hoef je alleen maar een formulier uit te printen, te ondertekenen en op de post te doen. Heb ik geluk dat ik zo graag Echte Post verstuur ;)

Het is natuurlijk gans niet minimalistisch of zero waste maar ik ben er niet om het werk van acht instanties te doen. (lezen dat ik een bericht heb, het onthouden, inloggen, het bericht downloaden, eventueel het formulier uitprinten, herinneringen sturen omdat ze berichten die je stuurt met digid niet lezen, etc.)

Doe minder op internet.

Er is genoeg op internet dat ik wil lezen en heb mezelf weer aan moeten leren om achter elkaar lange stukken tekst te lezen. Ik volg nog een handjevol blogs, wat ‘alternatieve’ nieuwsmedia en platforms als Dark Mountain, maar verder niet.

Betaal contant

Daarom. Alle ideetjes van briljante politici om al het geld digitaal te maken, zijn er natuurlijk om de controle op het doen en laten van mensen nog groter te maken. Oh wee als je je eigen kinderen geld waar je al genoeg belasting over hebt betaald, meer toeschuift dan wat ‘toegestaan’ is. Dat wil men natuurlijk maar al te graag volgen en het het wordt verkocht als ‘gemak’. Wel, mijn neus.

Kocht een zeis.

Nu is de motormaaier niet digitaal maar wel een herriemakend klereding op benzine. Volledig onbegrepen door de man keek ik filmpje na filmpje (ja, dat is digitaal) over het gebruik van de zeis. Is heus ook vrouwenwerk. Nu nog even wachten tot het gras echt gaat groeien. (ook handig in geval van zombie-apocalypse)

 

Ik koop meer papieren boeken

Omdat ik dat wil. Een briljant argument ;) Zo kocht ik afleveringen van The Idler en Dark Mountain, in plaats van ze als pdf te downloaden wegens geen dode boom en rommel. Dan maar een met fijne boeken gevulde boekenkast! Voor als TSHTF en TEOTWAWKI.

Een paar (foto)boeken die ik graag nog eens lees (en nog eens) bestelde ik op papier. Ik ben blijblijblij met de prachtige plantenboeken. Straks naar buiten en de sla voor vanavond uit de berm trekken ;)

Anyway…

Ik zit nog steeds met de laptop voor mijn neus. Ik doe hem maar weer eens dicht en ga naar buiten. Want dat is toch leuker. Maar nog eerst even dit artikel lezen ;)

You become more acutely aware that industrial culture has replaced craft with efficiency, distinctiveness with standardisation, aspiration with ambition, rootedness with transience, contentment with progress, attentiveness with speed, and the natural rhythms of life with tight schedules. This manifests in the everyday – how we eat, build dwellings, even our erotic lives. Nothing is sacred in industrialism’s insatiable need for speed.

Alles minimalistisch: digitaal opruimen.

Toen we ons huis in Nederland verkochten, hadden we uiteraard ook geen internet meer. We hebben eerst nog vijf weken op campings verbleven, sommige hadden wifi maar de meeste niet. Daarna verbleven we drie weken in een huisje nabij de Zweedse grens. De dichtstbijzijnde internetverbinding was 40 minuten rijden, bij de toeristinformatie van Trysil.

We gebruikten zeer spaarzaam ’s mans mobiele telefoon als hotspot en daarmee hadden we heel langzaam internet dat we gebruikten om een baan en een huis te zoeken.

Heb ik internet toen gemist? Nah. Niet echt. We keken films en oude afleveringen van Top Gear op de laptop en Vikings op tv en verder niets. We lazen boeken op de e-reader, gingen wandelen, zwemmen en zaten buiten in de zon.

Toen we daarna ergens verbleven waar gewoon wifi was, was dat fijn maar uiteindelijk voegde het niet veel toe. Eigenlijk.

De laatste tijd heb ik veel online activiteiten beëindigd. Ik deed er al niet veel mee, maar het Big Brother van google, facebook en instagram stond me tegen, net als het feitelijk zo nutteloze ervan. Ik las dat facebook software gebruikt die de stofjes op de lens van een camera kan analyseren en op basis daarvan mensen kan ‘verbinden’. Dat is toch rare shit!

Een paar maanden geleden verwijderde ik mijn facebook account en onlangs deed ik hetzelfde met mijn instagram account.
Ik verwijderde pinterest van mijn telefoon. Delete mijn google account. Nu kan ik snik-boeh geen apps meer downloaden in de google play-winkel maar aangezien ik mijn smartphone toch alleen gebruik voor whatapp en een incidentele foto is dat ‘good riddance‘.
Een tijdje gebruikte ik bloglovin maar merkte dat ik 90% van de blogs die me leuk leken om te volgen, toch niet las. Chrome gebruik ik niet meer wegens google en alleen als ik elders niet kan vinden wat ik zoek gebruik ik deze al te bekende zoekmachine.

Ik deed er al niet veel mee maar het niet meer gebruiken voelt nog beter.

Mis ik iets? Nee. Ik lees heel veel, wandel veel, maak lekker eten, schep sneeuw (tot vervelens toe ;) ) , voer houtblokken aan de kachel en doe dingen op de langzame maar gratis manier.

Als je eerlijk bent, hoe vaak heb je dan echt plezier of nut van de dingen die je leest en hoe vaak is het nutteloos browsen,retweeten, liken, scrollen en swipen of gewoon digitaal hoarden van pins, tweets, links en likes? Hoe vaak vind je de ‘inspiratie’ die je denkt te zoeken?

Alles minimalistisch: foto’s

Foto’s minimaliseren

Ik heb nog maar een paar papieren foto’s over, na de nodige ‘minimaliseer-rondes’ Dat zijn foto’s die veel voor me betekenen. De rest van de foto’s is digitaal geworden, of was het al. Zes jaar geleden heb ik veel oude foto’s ingescand, en originelen weggegooid. Dat scheelde een rij met dikke albums, die ik nooit inkeek.

Een paar jaar later ruimde ik de gescande foto’s op:  dat er op enig moment een foto is gemaakt, hoeft niet te betekenen dat je het altijd bij je moet houden. Het buurjongetje dat ik al 21 jaar niet meer heb gezien: ook digitaal hoeft hij geen ruimte in te nemen.

Foto-explosie

Tot 2007 was de hoeveelheid foto’s zeer beheersbaar: een paar onzinfoto’s eruit en er bleef een mooie verzameling van leuke momenten en fijne vakanties over.

Dat we weinig foto’s hebben van die periode, komt ook omdat we eerder veel kwijt zijn geraakt. Gescrashte computer, kapot opslagmedium: opeens bleken ze er niet meer te zijn. Ik mis ze ook niet. Ik heb een paar leuke plaatjes van die tijd en dat is genoeg.

Maar toen kwam het eerste kind, in 2008. En daar maakten we heel veel foto’s van. Van die in 2009 ook. En die in 2013. En in 2015. Wat. een. boel. foto’s.

Ik vind ze ook bijna allemaal leuk, maar langzaam maar zeker lukt het me om de collectie een terug terug te dringen. De nutteloze foto’s eruit, dubbele (zesdubbele) foto’s weg en de mooiste uit de serie bewaren.

Veel omgevingsfoto’s overleefden de schoonmaak ook niet: ik kan op elk moment naar buiten lopen en het landschap ervaren. Dat het nooit hetzelfde is, is juist wat het interessant maakt. Soms is het leuk om vast te leggen maar niet lang daarna voegt die foto van een mooie lucht weinig meer toe, vind ik.

Software om dubbele foto’s te verwijderen

Met Fast Duplicate File Finder heb ik mijn foto’s gescand en ontdaan van dubbele exemplaren. Je kan ook instellen dat hij nagenoeg dezelfde foto’s filtert: het percentage waarin ze mogen afwijken kan je ook kiezen. Het scheelde een heleboel overbodige plaatjes en ruimte!

Van series foto’s hield ik alleen de leukste. Ja, ze zijn allemaal leuk, maar wat is het nut van 15 leuke maar nagenoeg identieke foto’s?

De foto’s staan, niet opgeruimd, op de computer van de man. Ze staan op mijn computer. Ze staan op een extern opslagmedium waarop ik de foto’s sorteer. Als ik klaar ben met sorteren, wil ik dat alleen de oooh en aaaah en ‘weet je nog’-momenten erop hebben staan en dan komt er een back-up van op mijn computer.

Foto’s selecteren op zijn Marie Kondo’s: bepalen welke je wil houden (in plaats van te kijken wat weg mag)

Sorteren doe ik door elke keer in verkenner een scherm vol foto’s te selecteren en vervolgens de foto’s die ik wil houden, te deselecteren. De rest doe ik met *delete* eenvoudig weg.
Als ik per foto moet bestemmen of ik hem weg wil gooien of wil houden, kost dat te veel tijd en hoofdbrekens. De mooiste eruit vissen vind ik veel makkelijker.

Foto’s sorteren ha-ha-ha

Ze staan gesorteerd in mapjes op jaar. De foto’s heb ik de naam van dat jaar gegeven. Het apart dateren van foto’s vind ik te veel werk. Net als erbij schrijven waar het precies was. Die ene keer dat ik de datum wil weten, kijk ik wel bij ‘eigenschappen’.

Het is werk in uitvoering maar de mappen met jaren die ik gedaan heb, maken het de moeite absoluut waard.

Ik vind dat de foto’s mooier zijn als ze ‘alleen’ zijn. Als er geen ‘ruis’ omheen is in de vorm van nog zeven soortgelijke foto’s, wazige kiekjes of plaatjes waarbij je drie keer moet kijken wat het is. Als ik een mapje met foto’s open en ik zie alleen goed gelukte plaatjes met mooie momenten.

Geen nieuwe ‘rommel’ toevoegen

Het is leuk om tegenwoordig zo veel vast te kunnen leggen maar naast dat je constant met een apparaat voor je hoofd loopt, levert het ook een enorme hoeveelheid digitale ‘rommel’ op. Enige terughoudendheid in hetgeen ik vast wil leggen, is geboden.

Ik ♥ foto’s. Daarom dun ik ze rigoureus uit. De foto’s die ik maak, schoon ik geregeld op, en nogmaals voordat ik ze op mijn computer zet. Als ik ze op de computer zet, haal ik ze van mijn telefoon of geheugenkaart af.

Ik heb liever dat ik per ongeluk een keer een leuke foto weggooi dan dat ik uit angst één foto te missen zo veel digitale rommel kweek dat ik er nooit meer naar kijk omdat het simpelweg te veel lijkt te worden om ooit te kunnen sorteren.

De man en ik hebben op onze laptop een map met foto’s als wisselend achtergrondbeeld en het is zo leuk om die mooie plaatjes voorbij te zien komen. Ook kan je een map met foto’s instellen als screensaver. Dat is het leuke van een beperkte collectie leuke plaatjes: ze zijn allemaal leuk om te bekijken, dus doe je dat ook. Voor je lol.

Alles minimalistisch: e-reader

kindleSinds 2012 heb ik een e-reader. Met de Sony die ik had was constant iets aan de hand en toen mijn lieve man hem vorig jaar een uurtje in de zon liet liggen deed hij definitief niets meer.

Wel flauw, want zo warm en fel was die zon niet; misschien was het toeval dat ie buiten zijn garantie voor de vierde keer de geest gaf, nu definitief.

Ik kocht een kindle en ah en oh, wat is het een fijn ding. Ik kan er alles op lezen en bestel graag boeken op amazon. Nu is amazon amazon; een groot bedrijf dat werknemers uitbuit en kleine boekwinkeltjes opeet. Maar hier zijn geen kleine boekwinkeltjes, alleen een paar grote met boeken die ik niet wil lezen. Dus.

Gratis boeken en goedkope e-books

Op amazon zijn enorm veel gratis en goedkope boeken te downloaden. De werken van reeds lang geleden overleden filosofen die heden ten dage nog altijd actueel zijn voor 99 cent. Gratis of bijna gratis boeken over de meest uiteenlopende onderwerpen.

Geen e-reader nodig voor het lezen van e-books

Je kan overigens ook de boeken downloaden en lezen met de gratis kindle-app: gewoon in je browser op je computer of laptop of op een tablet ofzo. Je hebt alleen een account nodig bij amazon en een hieraan gekoppelde creditcard.

Hier kan je e-books downloaden. Rechts kan je sorteren op prijs laag – hoog.

Het is ideaal met lezen in bed: geen dikke pillen vasthouden en met een boek op je hoofd in slaap vallen of wakker worden. En *jeej* het scheelt planken vol boeken en een huis vol boekenkasten. Minder dode bomen.

Boeken bewaren. Hamsteren. Hoarden. Zonder Billy’s!

Het komt toch zelden voor dat ik een boek voor de tweede of derde keer wil lezen. Dat is tot heden alleen het geval met Im Stahlgewittern van Ernst Jünger en Im Westen nichts Neues van E.M. Remarque. De Boekendief. En Buddhism for Mothers en Simplicity Parenting.

Daar heb ik geen vier boekenkasten voor nodig. Maar op een kindle of andere e-reader kan je meer boeken kwijt dan je in tien jaar zal lezen (iedereen behalve Tineke!), dus dat is ideaal voor de bewaarderige boekenworm.

Soms koop ik een boek bij de kringloop. Als ik het uit heb, breng ik het terug of geef het door aan een kennis. Soms is het vasthouden van een Echt Boek ook heel fijn. Maar over het algemeen geef ik toch de voorkeur aan mijn ‘computerboekje’, zoals de kinderen het noemen.

Ik ga lees weer verder. Doei.