De nieuwste trend in vakanties: niet.

Sinds zes weken zie ik eindelijk weer regen tegen de ramen en grijze luchten. Ik vind het heerlijk. In Noorwegen bestaat de kans dat je hele zomer er zo uitziet en net als in Nederland, ‘vluchten’ veel mensen dan naar het zuiden. Of ‘syden‘, in het geval van de Noren.

Toerisme heeft een vernietigende uitwerking op het milieu, de lokale bevolking, het dierenleven, alles. Lees hier meer.

Tourism can also have a devastating impact on local climates and ecosystems, particularly in places that are already vulnerable to climate change. In Malaysia, for instance, coastal development — largely driven by tourism — has destroyed half of Langkawi Island’s rainforest and damaged its mangroves, which not only store more carbon than most tropical forests, but also provide a first line of defense against tsunamis.

Maar niet alleen heel ver van huis is het huilen met de pet op. Ook Lofoten, de bekende eilandengroep in het noorden van Noorwegen gaat gebukt onder de toeristen die er hun rotzooi neerpleuren, overal maar peopen en geen fuck geven.

Ik wil het ik wil het ik wil het. Omdat we vinden dat we gewoon recht hebben op die ‘ervaringen’. Ervaringen zijn de nieuwe ‘spullen’ en vaak net zo slecht voor de planeet als de spullen, maar dan zonder de rommel in je huis. Maar net zo goed op je planeet en dat is toch evenmin wenselijk.

We zijn met zijn allen zo verwend en gewend om te krijgen wat we willen dat het accepteren van een regenachtige zomer niet eens meer een optie is. (Terwijl het tussen en zelfs in de buien door vaak prima te doen is)

De vraag is, moet je zo nodig op een gruwelijk vervuilende vakantie? Moet je vliegen omdat jij dat zo graag wil? Moet je op een vervuilende cruiseboot zitten omdat je ‘de wereld’ wil zien? Is reizen op deze manier een recht? Moet je niet zelf je verantwoordelijkheid nemen en zeggen: ‘ik doe het niet meer’?

Uiteindelijk zijn er vlak bij huis ook zo veel mooie dingen te zien. Maar, eerlijk is eerlijk: wij gingen tussen 2004 en 2014 ook vijf keer naar Noorwegen. Zes keer, als je de emigratie meetelt ;)
Ik weet echter niet of ik dat nu nog zou doen. (vakantie bedoel ik, emigreren: absoluut!)  Ik denk het niet, maar ik hoef die afweging gelukkig ook niet te maken. En hoewel ik graag naar Griekenland, Praag of Estland zou gaan, kost het me ook geen moeite om niet te gaan.

Onze planeet is aan het sterven, en hoewel ik graag familie en vrienden in Nederland zou bezoeken, laat ik het graag afweten dit jaar. Hoe klein en onbetekenend ook, ik probeer te doen (en laten) wat ik kan. Niet omdat ik nu zo’n heilig groen boontje ben. Mensen die wel op verre vakanties gaan, zal ik ook nooit individueel veroordelen. Maar het hele fenomeen ‘verre vakantie’ ‘cruisevakantie’ en ‘vliegvakantie’ wel: ik vind het complete bullshit.

Advertenties

Niets doen en veel doen.

Ik heb vaak gelezen en gehoord van mensen die thuis ‘tegen de muren opvliegen’. Dat is iets dat ik volkomen begrijp en toch ook weer niet. Die laatste zin zijn precies al mijn gedachten in een zin samengevat :D

Ik denk dat mijmeren, stille tijd, zo nu en dan onbereikbaar zijn en dagen waarop je ‘weinig’ doet, belangrijk zijn. Als mulch voor je ziel. Constructief lui zijn. Gewoon zijn, en niets meer dan dat. Waarom zou je altijd bezig moeten zijn? Productie moeten draaien, ongeacht waar je mee bezig bent?

Het is pas sinds de industriële revolutie dat we daartoe gedwongen zijn en pas een paar decennia dat we het massaal zijn gaan geloven, met alle gevolgen van dien; depressies, burn-out, andere geestesziekten, ongezond leven wegens tijdgebrek, hartkwalen door alle stress, een constant gevoel van onbehagen in veel mensen waar ze maar niet de vinger op kunnen leggen want ‘het leven is toch perfect met het nieuwe mooie huis, de auto’s, de uitdagende baan, de balans en je veel kunnen veroorloven wat je hartje begeert.

Maar van hele dagen rustig aan doen wordt een mens ten lange leste ook maar lamlendig. Want dingen doen, is ook leuk. Nuttige dingen doen.

De reden dat mensen ‘thuis zitten’ zo lastig kunnen vinden is denk ik dat ze dan ‘niets doen’. Enerzijds produceren ze zelf niets: ze maken niet hun eigen eten, groeien geen eigen eten, ze fermenteren geen eten, ze schrijven niet, schilderen niet, hun tuin ligt vol graftegels, ze hebben geen dieren om voor te zorgen, geen bier om te brouwen, geen jam om te maken, geen appels te plukken, geen kruiden te verzamelen, geen kleding die ze maken, geen software die ze schrijven, niets.

Want nee, als je leven zich afspeelt tussen supermarkt, wasmachine, commode en een stapel tijdschriften vol reclame is dat niet leuk. Dan is thuis zitten met je kind inderdaad iets geestdodends, hoe lief je het kind ook hebt.

Anderzijds hebben veel mensen nooit geleerd om niet constant bezig te zijn. Input te zoeken. In een verloren moment wordt direct de mobiel gepakt of de tv aangezet. Terwijl reflectie op je eigen leven, je eigen bezigheden, dromen, wensen, angsten en liefhebberijen zo belangrijk is. Dat krijg je niet van door facebook scrollen en zelfs niet door het lezen van boeken, blogs of wat dan ook. Soms even geen input is goed.

Ik zeg niet dat iedereen moet doen wat ik doe, maar zelf dingen doen geeft mij ongelofelijk veel voldoening. In plaats dat ik voor een baas werkt, ‘werk’ ik voor mezelf en mijn lievelingsmensen.

Zelfstandigheid? Wel, dat is ook maar hoe je het bekijkt. Vreemden je huis laten poetsen en je eten laten bereiden, zodat je voor een ander de administratie kan doen, is niet mijn idee daarvan. En geld is van al onze uitvindingen van de afgelopen tijd wel de meest stompzinnige als je ziet wat we er voor doen om het te krijgen. Goed, veel voorbeelden hoef ik niet te geven want die zijn alom.

‘Ja maar zelf dingen doen kost ook geld!’.

Ja, und?

Geld is niet zo belangrijk als je genoeg hebt om rond te komen. En voor we weer teruggaan naar ruilhandel, doen we het maar zo.

De nutteloosheid van mode.

Het is eindelijk lente (zomer) en oh, dat is echt fijn na een lange winter. Ein-de-lijk die eeuwige leggings, wollen longsleeves, dikke truien en gevoerde laarzen aan de kant. En tijd voor een nieuwe garderobe.

Nee. Duh.

Update je garderobe met deze lente-items!
Met deze trends is jouw stranddag een succes!
Tien must-haves voor de zomer!

Zeggeze.

Wie? De mensen die achter hun laptopjes in hun echt niet zo ‘fashionable’ kleding betaalde content voor websites en tijdschriften zitten te typen op mooie zomerdagen.

In mijn ogen zagen mensen er tot de jaren zestig redelijk acceptabel uit. De brillen waren eens wat groter of kleiner, rokken langer of korter maar het was allemaal goed aan te zien. Trends veranderden niet elk jaar. In elk geval niet voor ‘de gewone man’.

Vroeger was kleding bedoeld om je warm en comfortabel te houden en er netjes uit te zien, als het even kon. En nu? Kleding moet een statement maken. Uitdrukken wie je bent. Je unieke stijl representeren.

Alleen doet dat het niet, want bijna iedereen ziet er alsnog hetzelfde uit: gekleed in fast fashion van de Zara’s, H&M’s en Forever21’s van deze wereld. En die verzinnen elke week iets anders raars.

Schoenen met puntneuzen en hakken waarin je teenafwijkingen krijgt. Harembroeken voor mensen boven de twintig. Plateauzolen waarop mensen lopen alsof ze twee broden aan hun voeten hebben. Neonkleurige teksten. Wijde broeken tot boven je enkels en wijde korte truitjes waardoor het mooiste figuur nog getransformeerd wordt tot legomannetje. Plastic kleding. Retestrakke broeken. Nee toch maar weer bootcut, skinn kan echt niet meer. Oh nu weer wel.  Broeken die slijtplekken hebben als je ze koopt. (?) Broeken die al versleten zijn als je ze koopt (??). Broeken die al gaten hebben als je ze koopt. (???) Serieus, hebben die vermoeide uitgebuite meisjes en moeders in Bangladesh voor een dollar per dag een lading prachtige spijkerbroeken zitten naaien, gaan ze vervolgens in een bak met stenen en kettingen om ze weer kapot te maken want dat is de westerlingen verteld wat ze moeten dragen om erbij te horen. Wat een idioterie.

Is het ooit opgevallen dat mensen die ‘stijlicoon’ genoemd worden vaak dezelfde kleding dragen en zich geen ene hol van trends aantrekken? Hoe komt dat.

Natuurlijk zijn die trends er niet omdat trends zo leuk of waar zijn, maar omdat die industrie geld wil verdienen aan mensen die er als een kip zonder kop achteraan rennen. En dat lukt aardig.

Hoewel ik er graag naar mijn eigen normen okee uitzie, vind ik het volgen van trends echt nutteloos. Het enige dat het toevoegt is schaamte bij het zien van foto’s van tien jaar geleden en moeten mompelen: ‘maar dat was toen mode’

Op een bordeaurode gothic-jurk zou ik alles wat ik 20 jaar geleden droeg, nu nog steeds kunnen dragen omdat mijn kledingkast altijd uit dezelfde dingen bestaat: leggings, broeken met rechte of iets uitlopende pijpen, gewone shirts, gewone overhemden, lange rokken, rechte kortere rokken.

Dus als je  wil besparen op kleding (en gênante momenten achteraf), bedenk dan wat je zelf mooi vind. Schaf wat fijne basiskleding aan die overal bij past. En of dat nu een grijze pantalon is of een lange rok met paarse tule en oranje gevilte vlindertjes, maakt niet uit.

Kies dingen die niet in de mode zijn, tenzij JIJ 100% zeker weet dat je het over een paar jaar nog steeds wil dragen. Kies dingen die passen bij je figuur. Waarbij je niet je buik hoeft in te houden. Wat je niet uit wil gooien voor een joggingbroek als je weer thuis bent.

Stoppen met het kopen van trends bespaart je geld, het syndroom van een kast vol kleren maar niets om aan te trekken, het is beter voor het milieu, het scheelt je elk seizoen je kledingkast te moeten updaten, het is beter voor een relaxte ochtend als je je niet druk hoeft te maken over je outfit en het is beter voor je zelfbeeld als je zelf kan beslissen wat je aan trekt in plaats van Tommy, Donna en Donatella.

Bestaat ‘het goede leven’?

Filosofie gaat vaak over het leven van ‘het goede leven’. Hoe je dat goede leven leeft? Er zijn vele wegen die naar Rome leiden.

Over een paar dingen is men het wel eens: het goede leven heeft niets te maken met het vergaren van macht, het dansen naar de pijpen van anderen, status, overdadig consumeren, meer willen dan je gegeven wordt of anderen benadelen om er zelf beter van te worden.

Het goede leven is eenvoudig leven. Dat zeiden Epicurus, Epictetus, Thoreau en Scott Nearing. Onder andere.

Ik kan dat alleen maar onderschrijven. Des te minder ik heb, des te vrijer, zorgelozer en beter ik me voel. Ik geniet als ik kan wandelen om het wandelen, zonder doel. Geef me wat aarde en plantenzaden en ik ben gelukkig.

De simpele dingen zijn de dingen die me het meest gelukkig maken. Hout hakken en de kachel aanmaken. Koud water op een warme dag. De door een vriendin gebreide wollen sokken op een koude dag. Het geluid van een miljoen ontwakende vogeltjes in het bos. De eerste sneeuw. Het horen smelten van de laatste sneeuw. Hertjes zien in het bos. Van de wandelingen, van de gesprekken met een kleuter die aan mijn hand meeloopt, van eetbare dingen vinden in het bos, van goed gelukt brood uit de oven en wijn op het balkon in de zon.

was het vroeger beter?

Vroegah was het natuurlijk ook niet alles: kiespijn was een martelgang, er gingen veel meer kinderen en kraamvrouwen dood en men sloeg elkaar toen ook al de hersens in om niks. Toch denk ik dat ‘het goede leven’ vroeger bereikbaarder was dan nu.

Het was vast niet heel moeilijk om in bijvoorbeeld Griekenland ‘het goede leven’ te leven. Er waren veel minder mensen. Er was geen vervuiling. Er was geen afhankelijkheid van supermarkten, internet of andere als gemak verpakte ziektes. Er was geen afval.

Epicurus woonde bijvoorbeeld gezellig met vrienden in een hutje op de hei. Hij at brood, kaas, olijven en groenten en dronk een incidenteel glas wijn (jaja, ik ook). Dat klinkt heerlijk. Maar wat als hij vandaag de dag had geleefd?

We zijn met te veel om te leven wat de natuur ons geeft. Aten we geen industrieel gefokte varkens dan was het snel gedaan met de herten en konijnen in het bos met 7 miljard van ons.

Je had 34 vergunningen moeten aanvragen om een huis in het bos te bouwen en moeten aantonen dat het niet in strijd was met het bouwbesluit, beschermd bosgezicht en welstands-geneuzel.
Hij had geen ingelegd water en stroom maar hoefde ook geen tienduizenden euro’s te betalen om het te laten aansluiten op de netwerken, hij hoefde geen mannetje als er weer eens (natuurlijk in het weekend) iets niet werkte.

Als hij aan het water woonde, hoefde hij geen moeite te doen om volk op waterscooters die die schattige visdiefjes wegjagen te accepteren of negeren want ah, er waren nog geen waterscooters! En ook geen stereo-installaties met boink-boink, de hele dag. Wat een heerlijke tijd moet het geweest zijn, zonder apparaten op electriciteit en benzine.

Hij werd niet door 45 camera’s in de gaten gehouden als hij inkopen ging doen. Als ie een ommetje ging maken waren er geen complete bospercelen omgekettingzaagd maar liep hij in zielverzorgend oerbos.

Het παραλία lag nog niet vol met aangespoeld plastic. En: hij hoefde geen belastingaangifte te doen via traag internet.

Zoals Doug Stanhope zei:

Give a man a fish, and he will eat for a day. Teach a man to fish, and he will eat for a lifetime’: “Today, if you teach a man to fish, then he’s gotta get a fishing permit, but he doesn’t have any money, so he’s got to get a job; enter the social security system; and pay taxes… If he builds a fire to cook the fish, he’ll be cited for an open flame. After eating the fish, his chances of mercury poisoning double, and the Health Department will scold him about where he dumped the guts and scales, saying, ‘This is not a sanitary environment!’ and ladies and gentlemen, if you get sick of it all, at the end of the day, it’s not even legal for you to kill yourself in this country!”

Desalniettemin kunnen we veel leren van wat bijvoorbeeld Epicurus onderwees.

Dat vrije tijd je gelukkig maakt. Tijd om gewoon te zijn, met fijne mensen om ons heen. Niet om een bucket list af te werken of geld over de bank te smijten in een ver land maar om te proberen een garnaal met je handen te vangen ofzo. Of om wolkenpatronen te bestuderen. Werk doen dat voldoening geeft.

Macht, politiek en maatschappelijke bla: men kan er maar beter ver van blijven.
Dat genieten van het leven uiterst belangrijk is maar dat overdaad van het genotene schaadt.

Echt eenvoudig leven is niet legaal. Probeer maar een huisje in het bos te bouwen of te leven zonder postadres. Mag niet. Maar zo lang ik moeite doe om bij de consumptiemaatschappij uit de buurt te blijven, een beetje kan aanklooien en me zo weinig mogelijk aantrek van wat anderen ervan vinden ben ik toch best een tevreden mens.

Verhalen vertellen.

Verhalen uit lang vervlogen tijden heb ik altijd prachtig gevonden. Volksverhalen, mythologie, sprookjes…
Ik dring de kinderen echte verhalen op. Met mate, want als DL2 zes maanden achter elkaar ‘Molletje en de Adelaar’ wil horen voor het slapen gaan, doen we dat gewoon ;) Ik heb niets met titels als ‘Bobbi gaat naar de supermarkt’, maar de Sprookjes van Grimm is (zijn?) stukgelezen.

Hoe ouder je wordt, des te minder echte verhalen je hoort. De juf of meester verruilt de verhalenboeken voor boeken vol geneuzel over BNP, natuurlijke hulpbronnen en het sprookje van meer welvaart is gelijk aan meer geluk, de industriële revolutie was een zegen en vroeger waren de mensen gek want ze geloofden in sprookjes, in duivels en heksen, in magie en in wonderen en in hogere machten.

Ik denk: vroeger zagen de mensen het. Voelden ze het. Wisten ze het. De ervoeren het. Dingen die wij heel soms nog voelen. We zijn het resultaat van 200.000 jaar voorouders. Van verhalen. Liefdes. Oorlogen. Hongersnoden. Magische belevenissen. Wonderen. Natuurrampen. verwondering. Legendes. Sagen. Mythen. Feesten. Veroordelingen. Verbondenheid. Een leven lang op een plek en grote volksverhuizingen. Ontdekkingstochten.
Verbondenheid met de natuur die over ons lot beschikt maar wat we zijn gaan zien als een plek om op te laden om weer te kunnen functioneren in de ‘echte wereld’, als economisch goed, als plek om nog meer huizen en fabrieken neer te gooien en als entertainment.

We puzzelen een apparaatje in elkaar met stoffen die het resultaat zijn van miljarden jaren en ongelofelijke processen die plaats vonden op onze aarde. We noemen het de iPhone. Alsof ‘i’ er recht op heeft het te bezitten. We bejubelen de man die het uitvond (maar zelf zijn kinderen er ver van hield, dat ter zijde) en marginaliseren het leven van de slaven die ze voor ons in elkaar zetten.

We denken dat we oh zo speciaal zijn met onze toffe precisiebommen, electrische auto’s, telefoons, computers en landbouwtechnieken maar we overleven nog geen drie dagen in een bos. Wat weten we nog?

Soms voelen we nog wie we zijn, diep van binnen. Als we geraakt zijn door de schoonheid van een zonsondergang. Als we op vakantie rond een kampvuur zitten tot ’s avonds laat. Als we ons klein voelen in een onweersbui. Bij het zien van een zwerm spreeuwen. Als we slapen met het raam open en de maan die naar binnen schijnt. Als we in de tuin rommelen met planten en de tijd lijkt niet te bestaan. Als het stil is om ons heen. Na een lenteregenbui. Als we iets eten dat niet door mensenhanden in de grond is gestopt. Als we aan de zee staan tijdens een novemberstorm. Als de bladeren vallen in de herfst en we weer een jaar achter ons laten. Als we een vogel die tegen het raam vloog oppakken om veilig weg te zetten en voelen hoe warm en licht deze is.  Als we lammetjes zien springen. Als we opeens de aanwezigheid van een overleden persoon opmerken. Als we denken: ‘ha! 1-0, motherfucker’ bij het zien van een delicaat groen klein plantje dat zich door een stuk asfalt heeft gewrongen. Als we een uil horen roepen. Als we in een land komen waar mensen niet alles hebben platgetrapt. Als we een eenzame papegaai zien zitten en voelen dat dat niet klopt. Als we de onbedwingbare behoefte voelen om in open water te springen.

Hoop ik.

In plaats van magische verhalen hebben we kattenfilmpjes en documentaires over De Natuur als vermaak. ’s Ochtends beginnen we met verhalen over alle dingen die onze geluk en welvaart bedreigen, overdag laten we ons wijsmaken dat werk geen noodzakelijk kwaad is maar de perfecte manier om ons te uiten, te ontplooien en te groeien.
We laten ons vertellen dat we moeten zoeken naar een perfecte balans tussen werk en familieleven, alsof dat laatste niet zonder enige twijfel het belangrijkste is.

Zodra we vrij zijn, zappen we naar nieuwe verhalen over alle dingen die onze geluk en welvaart bedreigen, alleen onderbroken door de monologen van de reclame die vertellen dat je al je ellende achter je laat als je nieuwe glorix-bleek onder de rand van je plee spuit (fuck de vissen), je wimpers nog ultraverleidelijker zwart verft, je kleren nog harder in synthetische geurstoffen dompelt en VOOR MAAR 399 ALL IN naar Egypte vliegt deze zomer. Alleen deze week: 3 halen 2 betalen bij Kruidvat! Koop het NU, want daarna komt er NOOIT meer een aanbieding voor sopjes!

Ter ontspanning kijken we platter-dan-plattere tv. Mensen die het vreselijk vinden kunnen me wel precies vertellen waar het over gaat. Hmmm…..

Voor de lol kijken we series over moordzaken met de meest gruwelijke slachtingen die moeten worden onderzocht. Familiedrama’s. Oorlogsdrama’s. Gekke middeleeuwers met hun bijgelovige onzin. Dit is toch veel beter.

Ze noemen het geïnformeerd zijn, kapitalisme, vooruitgang, groei, ontspanning, entertainment en welvaart. Ik vind het intense armoe.

Onze verhalen zijn echt van de onderste plank.

Als je er langzaamaan achterkomt wat er gaande is.

Wie je bent.

Iets dat in een paar generaties verloren is gegaan. 333 generaties geleden waren we jager-verzamelaars. Onze grootouders leefden vaak in hun jeugd nog zonder elektriciteit en stromend water en wisten zich te redden met een groententuin en een varken.

Het blijven vertellen van verhalen is belangrijk. Voorlezen. Lezen. Kijken. Het bos in. Naar zee. Wijzen op dingen in de lucht, in de wolken, in de aarde. Hoe het ruikt buiten.

Vandaag zagen we een aankomende storm terwijl we pootje baadden in zee. Ik wees de jongen op een soort grijze regenboog, die zich ontwikkelde. Zo’n diep donkergrijze lucht met fel verlichte meeuwen boven en knalgroen gras beneden waardoor je weet dat het tijd is om handdoeken, slippers en kinderen op te pakken om naar binnen te gaan.

Hij vertelde van die grijze regenboog tegen zijn vriendjes en zei erbij dat de dingen allemaal energie zijn en dat onze hersens zorgen dat we kleuren zien. En dat dat magisch is want magie bestaat wel. Ik was trots :)

Schelden met Luddieten.

Soms noemen we mensen iets dat negatief lijkt, maar dat bij nader inzien helemaal niet hoeft te zijn. Stoïcijn bijvoorbeeld. We kunnen veel leren van de Stoïcijnen die bij nadere bestudering helemaal niet koud en emotieloos blijken maar juist meenden zo veel mogelijk van het leven te kunnen genieten door zich alleen iets aan te trekken van dingen waar zij daadwerkelijk invloed op hadden.

De luddieten

Luddiet is nog zoiets. Vaak gebruikt door mensen die denken dat ons leven aangenamer wordt door nog meer hersenverwekende techniek om mensen aan te duiden die hier niet zo juichend tegenover staan.

Wie waren de luddieten?

De mensen die weten wie de Luddieten waren, hebben geleerd dat het een stel gemene oproerkraaiers waren die de weefgetouwen van arme, hardwerkende fabriekseigenaren sloopten. En zoals wel vaker in onze geschiedenisboeken werd ook dat verhaal nogal verdraaid, of er is op zijn minst een deel tactisch verzwegen.

Allereerst: de naam Luddiet komt van de persoon Edward (Nedd) Ludd. Die was lui en kreeg hiervoor fysieke straf van zijn baas. Om hem terug te betalen, timmerde hij een aantal weeframen in elkaar. Als er ergens iets kapot ging aan een weefgetouw, zei men ‘oh, dat heeft Ludd gedaan’.

Leve de revolutie

De industriële revolutie is pas 250 jaar geleden begonnen. Daarvoor waren veel mensen zelfstandig werkers. De middeleeuwen (de Dark Ages) worden vaak voorgesteld als een gruwelijke periode waarvan we gelukkig zijn gered door de industriële revolutie die ons zo veel goeds heeft gebracht. Misschien moeten we dat met een korreltje zout nemen.

Textielwerkers

Mensen die textiel vervaardigden tot 1750, hadden een aangenaam leven met een grote autonomie. Zoals veel mensen in die tijd. Mensen werkten vanuit huis en het hele gezin hielp mee. De kleine kinderen bijvoorbeeld met het schoonplukken van de wol, oudere kinderen met spinnen, de vader werkte met het weefgetouw. Mensen uit de buurt hielpen indien nodig, ruilhandel was nog levendig dus niemand schoot erbij in. Als de textielwerker scheel was van het geweef, kon hij zijn moestuin schoffelen, hout hakken of het bos om te jagen. Of bier drinken. Dat verhaal over dat het water niet drinkbaar was: geweldig verzonnen ;)

Zelfvoorzien

Het is typisch dat we ‘voorzien in je eigen behoeften’ zijn gaan zien als iets negatiefs. De mensen toen beseften dat er geen zekerheden waren en zo lang er gegeten kon worden en bier gebrouwen was het leven goed. Men leefde meer bij de dag, zelfs de tijd was nog een lokale aangelegenheid.

Voegt het echt zo veel toe om alles wat je zelf kan uit te besteden aan anderen en vervolgens tot je 71e te sloven voor je auto, je grote huis, je kleding, je verzekeringen, je dure reizen en al die andere dingen die de wereld tot een minder fijne plek maken?

Misschien is het onze fout om mensen die niet leven zoals wij, automatisch te betitelen als arm, derdewereld of sloeber. Dat mensen langer bezig zijn dan wij in het voorzien van hun noodzakelijke behoeften, maakt ze niet ‘arm’. Integendeel, denk ik.

Oh ja. Ik dwaal af.

En toen kwam de industriële revolutie. Het begon met de stoommachine, die eerst van pas kwam in de mijnbouw. Na een paar aanpassingen kon deze eind 18e eeuw ook in fabrieken als aandrijving worden gebruikt. Door gebruik in textielfabrieken kon veel goedkoper en sneller kleding worden gemaakt, maar een mechanisch weefgetouw maakte ook nagenoeg alle textielwerkers werkeloos, en daarmee verdween ook de broodwinning en raakten de gezinnen in armoede.

Ondertussen veranderde het stadsbeeld. Er kwamen onpersoonlijke, grote, herriemakende fabrieken die hele steden onder de zwarte troep spuugden.

Mensen moesten zich aanpassen aan de werktijden van de fabrieken en toen de gloeilamp eenmaal was uitgevonden, was er helemaal geen excuus meer om korter dan 14 uur te sloven voor de eigenaar van de fabriek. Als je nog werk had. Fabrieksbazen hadden er geen enkele moeite mee om kinderen van zeven jaar te werk te stellen in fabrieken. Kinderen die dankzij die fabriek werkloos geworden vader niets meer te eten hadden.

Opstand dus.

De textielarbeiders die hun banen waren verloren, pikten dit niet langer. Ze drongen fabrieken binnen en begonnen met het vernielen van machines. De opstanden werden bruut neergeslagen door de overheid en door fabrieken ingehuurde vrijwilligers.

Vervolgens werd het vernielen van fabriekseigendommen bij wet strafbaar met de dood. Ondanks dat, verspreidde de beweging zich rap door Noord Engeland. Door de enorme hoeveelheden ‘handhavers’ die naar het gebied werden gestuurd, leek het voor de mensen meer op leven in oorlogsgebied.

Uiteindelijk werden veertien mensen opgehangen op 16 januari 1813, in de naam van ‘de vooruitgang’. De straffen, waaronder ook lange opsluiting en verbanning (naar Australie) zorgden ervoor de beweging uiteindelijk stopte.

Lord Byron (ja, De Lord Byron) hield nog een uitvoerig pleidooi in het House of Lord voor de Luddieten en tegen de onevenredig zware straf die ze kregen, want zo kan je ophanging wel noemen. Een paar stukjes, voor degenen die nog niet zijn afgehaakt.

…it cannot be denied that they have arisen from circumstances of the most unparalelled distress. The perseverance of these miserable men in their proceedings, tends to prove that nothing but absolute want could have driven a large and once honest and industrious body of the people into the commission of excesses so hazardous to themselves, their families, and the community

Considerable injury has been done to the proprietors of the improved frames. These machines were to them an advantage, inasmuch as they superseded the necessity of employing a number of workmen, who were left in consequence to starve. By the adoption of one species of frame in particular, one man performed the work of many, and the superfluous labourers were thrown out of employment.

The rejected workmen, in the blindness of their ignorance, instead of rejoicing at these improvements in arts so beneficial to mankind, conceived themselves to be sacrificed to improvements in mechanism. In the foolishness of their hearts, they imagined that the maintenance and well doing of the industrious poor, were objects of greater consequence than the enrichment of a few individuals by any improvement in the implements of trade which threw the workmen out of employment, and rendered the labourer unworthy of his hire.

When we are told that these men are leagued together, not only for the destruction of their own comfort, but of their very means of subsistence, can we forget that it is the bitter policy, the destructive warfare, of the last eighteen years, which has destroyed their comfort, your comfort, all men’s comfort;—that policy which, originating with “great statesmen now no more,” has survived the dead to become a curse on the living unto the third and fourth generation! These men never destroyed their looms till they were become useless, worse than useless; till they were become actual impediments to their exertions in obtaining their daily bread

You call these men a mob, desperate, dangerous, and ignorant; and seem to think that the only way to quiet the ‘Bellua multorum capitum’ is to lop off a few of its superfluous heads. But even a mob may be better reduced to reason by a mixture of conciliation and firmness, than by additional irritation and redoubled penalties. Are we aware of our obligations to a mob! It is the mob that labour in your fields, and serve in your houses—that man your navy, and recruit your army—that have enabled you to defy all the world,—and can also defy you, when neglect and calamity have driven them to despair. You may call the people a mob, but do not forget that a mob too often speaks the sentiments of the people.

But suppose it past,—suppose one of these men, as I have seen them meagre with famine, sullen with despair, careless of a life which your lordships are perhaps about to value at something less than the price of a stocking-frame; suppose this man surrounded by those children for whom he is unable to procure bread at the hazard of his existence, about to be torn for ever from a family which he lately supported in peaceful industry, and which it is not his fault than he can no longer so support; suppose this man—and there are ten thousand such from whom you may select your victims,—dragged into court to be tried for this new offence, by this new law,—still there are two things wanting to convict and condemn him, and these are, in my opinion, twelve butchers for a jury, and a Jefferies for a judge!”

Is er veel veranderd? De regering die de kant kiest van het grote kapitaal, de machtige fabriekseigenaren en de gewone mensen laat verkommeren? Ik denk het niet.

We hebben het fabrieksmatige onderwijs, dividendgate, een heel leger van mensen dat werkt voor de rijkdom van een of een paar mensen terwijl de wereldbol verpletterd wordt door onze nijverheid, machtige wapenfabrikanten en bouwbedrijven die ernstig garen spinnen bij oorlog, dood en verderf, bedrijven die machtiger zijn en meer schade aanrichten dan de grootste legers uit de geschiedenis, bedrijven die complete beleidsnota’s voor de Europese Unie schrijven, sleepnetten, door de boerenbank gefinancierde mega-varkensstallen, pensioenfondsen die je geld vergokken omdat sommige mensen nooit iets leren en wel… kijk maar om je heen. Ik zie weinig menselijks in fabrieken, bedrijfspanden, winkelcentra, wooncomplexen, snelwegen en andere moderne dingen.

We hebben geen overheid die er is voor de mensen. Wel heel veel mensen die er zijn voor de overheid. De overheid is voor bedrijven, wiens producten we vervolgens gedwongen zijn af te nemen omdat er amper meer een andere keuze is. De overheid is er om ons allemaal in het zelfde systeem te proppen, de zelfde dingen te laten doen en de keuze voor een Renault of een Citroen te verkopen als vrijheid.

Zo lang we nog door anderen worden voorzien van eten, drinken en onderdak, zullen we niet zo snel gaan rebelleren tegen de mensen die ons bovengenoemde crap door de strot schuiven. Maar dat zouden we wel moeten. Vind ik. Aan de andere kant: het is vermoedelijk toch al te laat.

Ballonnen en afval.

(wel, hierbij even iets dat me van het hart moet. haak vooral voortijdig af als je geen zin hebt in mopper)

Als ik ga wandelen neem ik meestal een plastic zak mee om afval op te ruimen. Enerzijds vind ik dat niet zo leuk omdat ik dan steeds aan afval ‘denk’, maar laten liggen kan ik het ook niet. Vandaag liep ik langs een prachtige baai en die lag natuurlijk helemaal vol met plastic.

Ik haat ballonnen

entangled_balloonropes_jfEen boel ballonnen. Argh. Ik haat ballonnen. Weinig is stompzinniger dan het oplaten van ballonnen.

‘Ja maar de kinderen vinden het leuk.’ Wel, laat je kind dan een keer een foto zien van een dood vogeljong met een ballon in zijn maag, dan is het gelijk genezen. Ga koekjes bakken als je iets leuks wil doen met je kind.

Het meeste komt in het water en in zee en een vogel ziet het verschil tussen een glibberig visje en een glibberig ballonnetje niet zo goed. Ik snap niet dat mensen dat niet doorhebben en alleen denken aan hun eigen ‘lol’ en oh oh, wat een lol.

Er lag nog meer uitgerafeld plastic touw. Stukken plastic. Babyspeentjes. Dopjes. Verpakkingen. Flessen. Supermarkttassen, maar dat was dan weer handig om de rotzooi in te verzamelen. Na drie zakken ging ik maar weer naar huis. Het werd ook iets te hoog water voor mijn dr Martens. Veel kon ik niet eens opruimen, omdat het uit elkaar gevallen was en diep in kluwen wier en dennennaalden verstopt zat.

Lekker kortzichtig

En het stomme is dat er talloze vakantiewoningen in de buurt liggen. Ernaast zelfs. Dan vraag ik me af, als je vijf miljoen kronen betaalt voor het uitzicht op zee aan het strand, komt het dan niet je op om een keer naast je eigen voordeur de troep op te ruimen? Wel, blijkbaar niet.

Kjemiske dritt in de skoek

20180503_161818Achter ons huis is een stuk bos gekapt. Vermorzeld. Door ongelofelijk asociaal volk, toen ze bezig waren heb ik nadien al allerlei vuil opgeruimd maar omdat ik wat neergepleurde computers eindelijk eens uit het bos wilde halen, bekeek ik die plek nader en ‘verstopt’ onder pallets lagen wel 20 flessen met allerlei soorten motorolie, hout-inpakplastic en wat al niet meer.

Het water is vervuild met olie.

Na een half uur sjouwen had ik het meeste wel verzameld.

Ik kan hier zo kwaad om worden. Niet dat het zin heeft, maar ik kan het wel ;)

20180503_161805

Het resultaat van een half uurtje søppel plukken op een paar vierkante meter…

20180503_161710

En het resultaat van twee gewone wandelingen van een paar kilometer.

20180503_162349

Klikspaan boterspaan…

Ik stuurde eerst een mail naar de afvalophaler. Vervolgens naar de gemeente, om door te geven wat er gebeurd was, inclusief foto’s. Daarbij de melding dat ik het ook doorstuur naar de krant en hoop dat er iets met de informatie gedaan wordt. ’t Is niet dat ze per ongeluk een kannetje olie vergeten zijn mee te nemen.

Ik kan er echt niet meer tegen. Maar het moet wel. Het zullen vast heel liefhebbende echtgenoten en geweldige vaders zijn maar als houthakker mogen ze van mij aan een hoge boom worden gehangen.

20180503_161949