Minder wassen en minder kunststof voor een beter milieu.

Vorige week had ik een stuk getypt over wassen en weer verwijderd. Ik dacht: meutig gedoe, over wassen. Dat weten we inmiddels wel. Maar toch voelde ik na het lezen van dit artikel een enorme behoefte om het artikel toch te publiceren. Nergens meer te vinden! Dan maar overnieuw.

Plastics in het milieu: is niet goed.

Plastics zijn een groot probleem voor het milieu. Omdat ze niet vergaan maar in heel veel minuscule kleine stukjes uit elkaar vallen en alle levende organismen binnendringen.

Plankton krijgt microvezels binnen en dringt op die manier binnen in de voedselketen. Deze minuscule vezels zijn teruggevonden tot in het bloed van ijsberen en in monsters kraanwater zit het al in meer dan 75% van de gevallen. (niet dat dat een reden is om fleswater te drinken!)

Bronnen van vervuiling door microvezels

Er zijn een paar grote bronnen van microvezelvervuilling. Autobanden, kunstgras en kleding. (sowieso: kunstgras? welke idioot koopt dat?).

Het is toch ironisch dat hoe ‘schoner’ we zijn, des te meer we onze omgeving vervuilen. En uiteindelijk onszelf om zeep helpen. Het lichaam kan de microplastics niet verwerken zoals het voedsel verwerkt en de microplastics komen ook bij mensen in de bloedbaan en via de placenta heen zelfs in hun ongeboren kinderen terecht. Wat de effecten op lange termijn zijn weten we niet. Fraai zal het niet wezen.

Meer dan 60% van onze kleding bevat kunstmatige, aardolie gebaseerde vezels. Zelfs wol bevat niet zelden een deel kunstvezels. Deze vezels raken los in de was en komen in het afvalwater. Zuiveringsinstallaties kunnen deze vezels niet allemaal eruit filteren.
Niet elk stuk textiel is even erg. Die fleecedeken of joggingbroek die zo pluist als je hem uitklopt: oei. Dat truitje van goede kwaliteit met 20% polyester: niet zo erg.

Een ander probleem is de frequentie waarmee we kleding wassen. De achterlijke opvattingen over wat schoon is, hebben we natuurlijk niet zelf verzonnen. Dat hebben de mensen bij Kimberly Clarck, Unilever, Johson & Johnson, Ajax voor ons gedaan. Thanx voor het belachelijke idee dat iets na drie maanden in de kast nog steeds naar chemische lentekokosbloesem moet ruiken! Synthetische kleding ruikt ook veel sneller onfris dan bijvoorbeeld wol of katoen, wat het ook nodig maakt om het vaker te wassen.

Soms word je er moedeloos van. Toch? En hoe heb je al enkel persoon invloed op zo’n immens probleem? Wel, niet. Maar er zijn wel dingen die zelf kan doen, naast mensen bewust maken van dit probleem. Want het is een gigantisch probleem. En dat moeten we met zijn allen aanpakken, toch? Niets doen is ook geen optie.

Vorige week haalde ik een stuk half vergaan plastic bij de garage van de eigenaar van ons huis weg. Daar kwamen zo veel stukjes plastic uit, dat krijg ik in geen tien levens door de afvoer gespoeld. Zucht. Teringzooi.

Goed. Wat tips, voor wie de moed erin houdt:

  • Gebruik een guppy friend. Dat is een waszak van -ironie- polyamide. Ik gebruik die nu bijna een jaar voor die paar synthetische dingen die we nog hebben. Alles wordt er prima schoon in.
  • Koop geen glitterspul. Kleine (en grote) meisjes kunnen prima zonder. Jongens ook.
  • Let op het label. Koop geen kleding gemaakt van kunstvezels. Ja, de spoeling wordt dunner maar er zijn genoeg (online) winkels die kleding in wol, linnen, katoen, hennep op bamboe verkopen zonder een draadje acryl of iets erin.
  • Was kleding zo min mogelijk en zo zacht mogelijk. En synthetisch spul in die Guppy Friend, dus!
  • Zoek alternatieven. Er zijn vaatdoeken die composteerbaar zijn. Schuursponsjes van biologisch afbreekbaar materiaal of van rvs.
  • Gebruik een natuurlijk wasmiddel, bijvoorbeeld van Sonett.
  • Realiseer je dat het tij alleen kan worden gekeerd als we met zijn allen hier aan werken. Als iedereen stopt met het kopen van synthetische materialen en kleding die we niet nodig hebben of die na drie keer wassen uit elkaar pleurt, ligt het over een half jaar niet meer in de winkel
  • Zie het als een fijne manier om de kledingkasten te minimaliseren ;)
  • Besef dat het ene kledingstuk het andere niet is. Een trui van mezelf was ik na vier of vijf draagbeurten, een shirtje van de kleinste kan na een uur al in de was. Een dik fleecevest dat ze dragen op de barnehage was ik zelden, maar een half-synthetische joggingbroek van de jongen wekelijks. Als je kleding wil vervangen, vervang dan wat je het meeste wast. Een pluizige fleecedeken vervuilt veel meer dan dat kwalitatief goede truitje.
  • Koop biologische cosmetica: gewone tandpasta en scrubs onder andere, kunnen kleine korrels plastic bevatten. (als polyethyleen,
    polypropyleen of polyethyleentereftalaat op de verpakking)
  • Maak cosmetica zelf.
  • Raap rondslingerend plastic op. Je voelt er niets van als mensen dat vreemd vinden, maar vermoedelijk vinden ze er 1) niets van of 2) je een goed voorbeeld
  • Besef dat iets veranderen (geen kunststof kleding, actief plastic verminderen in je leven) even vreemd voelt maar na een tijdje ook een gewoonte geworden is. Doe niet moeilijk over ‘je kan ook niets meer kopen’. Dat valt echt wel mee.

 

Advertenties

Wintervakantie in Noorwegen: wat mee te nemen?

We gaan naar verkansie en daar is het koud. Geen -20 meer, maar fris genoeg. Toch is dat geen reden om heel veel mee te nemen. We gaan een week maar dat verschilt niet veel met wat ik meeneem als we 3 of 21 dagen zouden gaan. Want wasmachines, of handwas.

Wat betreft ‘persoonlijke spullen’ neem ik het volgende mee:

  • Heel warme legging (deze… zo ideaal!)
  • Een gewone legging
  • Twee merinowollen truitjes (als onder- of middenlaag)
  • Lange dunne trui (bovenlaag)
  • Tuniek (met daaronder een merinowollen truitje)

En verder:

  • Ondergoed
  • Dunne wollen sokken
  • Dikke wollen sokken
  • Ballerina’s (voor binnen)
  • Sorel sneeuwlaarzen
  • 3-in-1 jas
  • Gevoerde winterbroek / skibroek
  • Handschoenen
  • Muts met fleecevoering

Helemaal onverzorgd gaan we niet, dus neem ik ook mee:

  • Mascara, wenkbrauwpotlood, lippenstift
  • Scheermes
  • Sop

    En verder:

  • Kettlebell
  • Telefoon, om foto’s te maken
  • Laptop
  • E-reader

Dat is het. Ah, zo heerlijk om weinig mee te nemen :)

Lekker eenvoudig: lente.

20180210_114627.jpgAllereerst moet ik vertellen hoe veel ik van de winter houd. Echt. Dat doe ik. Wakker worden in een winterwonderland, alles bedekt met een verse laag sneeuw met de perfecte consistentie voor sneeuwpoppen: zo fijn!
Sneeuw scheppen doe ik voor de lol en volgende week gaan we op vakantie naar Vrådal, waar de sneeuw naar verluidt twee meter hoog ligt opgestapeld.

Vandaag begon druilerig maar het klaarde op tegen tienen. Het werd een mooie stralende koude winterdag maar net niet koud genoeg want met +1 graden smelt de sneeuw toch echt.

20180212_083047.jpg
het begin van een prachtige dag!

Natuurlijk willen we naar buiten! Sneeuwpoppen maken. Sneeuwengelen. Sneeuwballen gooien. Genieten van de zon. Maar de sneeuw verandert boven de nul graden in sneeuw-die-eigenlijk-water-is.
Zodra je het aanraakt, verandert het van sneeuw in blubberig water. En al die warme winterpakken en -jassen en -schoenen, die zuigen zich er helemaal vol mee. Net als alle wantjes, sjaaltjes en mutsjes van vier lieve kindertjes.

En daar begint het voor mij soms een beetje te voelen als Danaïdenwerk. (Die moesten volgens de Griekse mythologie voor straf een bodemloos vat vol scheppen)

‘Nee mama nee, niet pak aan doen!’ zei het kleintje.
Okee, dan doe je alleen je jas maar aan want je bent dik genoeg aangekleed met twee broeken, twee truitjes en dikke wollen sokken.
En dan twee tellen later valt het peutertje met d’r gezicht voorover in een plas water waar heel geniepig een spekgladde laag ijs onder lag. Terwijl ze de auto in moest naar de barnehage.

Ja, droger, luchtontvochtiger en schoenendroger worden intensief gebruikt deze dagen :)

En dan verlang ik opeens naar de lente en zelfs een beetje naar de zomer. Omdat het zo heerlijk eenvoudig is als iedereen  alleen een jurk of broek en shirt hoeft te dragen (en ondergoed, duh).
Als iedereen gewoon naar buiten kan lopen zonder eerst in pakken gehesen te worden en zonder een queeste naar twee min of meer dezelfde handschoenen.
Als het boven de kachel niet constant vol hangt met druipende pakken.
Als de schoenendroger niet halve dagen bezig is om de binnenkant van schoenen en handschoenen droog te blazen.
Als de hal niet de helft van de tijd vol ligt plasjes gesmolten sneeuw.
Als daardoor je sokken niet drie keer per dag zeiknat zijn.

20180212_131658.jpg

20180212_163222.jpg

20180212_162529.jpg

 

20180212_131138.jpg

20180212_163200.jpg

Zo lang de temperatuur niet goed onder nul is maar er een beetje omheen hangt, gebruiken we de waterdichte pakken! En stoken we de kachel nog maar eens op, om zes keer per dag buitenspelen en in de sludd te zitten te faciliteren.

Voor we het weten, is het weer lente. Toch?

Duurzame kinderrugzakken

5740-denim-front-605_1485356830Schooltassen zijn hier belangrijk en van die ‘goedkope’ gevalletjes zal je hier niet op een kinderrugje zien zitten.

In de barnehage begint het met een klein rugzakje, maar wel een goede, verstelbare, waterdichte en ergonomische.

Er is ruimte voor een drinkfles, niste (lunchpakket) en een setje droge kleding want ook in de barnehage wordt er på tur gegaan en met de oudere kinderen (3 tot 6) worden er flinke wandelingen gemaakt, ook in de stromende regen.

Rugzak voor de basisschool in Noorwegen

x117-purple-mindy-front-375_1484827313.jpeg.pagespeed.ic.LhR96_o9AV

In het jaar dat een kindje zes wordt, gaat het in augustus naar de grunnskole. En dan moet er dus een nieuwe rugzak komen. Het meest populaire merk is Beckmann, de meeste kinderen hebben een rugzak van dit merk. (ook in Nederland te koop)

Ze zijn praktisch onverslijtbaar. Na twee jaar zag de rugzak van de oudste er nog als nieuw uit.
Zelfs die van de jongen was na 2,5 jaar mishandelen nog als nieuw, maar wel te klein.

Een ander nadeel vond ik dat de rugzakken van Beckmann voor klas 3 en 4 allemaal printjes en kleuren hebben die ze in klas 5 weer en masse kinderachtig vinden. In hogere klassen is de bekende rugzak Kånken van Fjällräven erg populair.

Duurzame meegroeiende rugzak

Ik kocht voor de jongen een ‘neutrale’ rugzak van Satch. (van Ergobag) Deze is gemaakt van 100% gerecylede petflessen (29 flesjes van een halve liter, om precies te zijn). Zonder printjes en vrolijke kleurtjes.

In de ‘rug’ zit een aluminium steun die je kan uittrekken, zodat de rugzak optimaal zit bij een kind van 140 tot 180 centimeter.

Ook is de rugzak waterdicht en zoals gebruikelijk voorzien van de nodige

sat-sin-001-802-phantom-vl
nieuwe rugzak van de jongen

reflectiematerialen. De compartimenten zijn zo ingedeeld dat boeken zo ergonomisch mogelijk ingepakt kunnen worden. Er zitten vakken in voor mobiel, buspas, laptop en andere kleine dingen. Hij valt niet om.

De tas wordt gemaakt in Vietnam, maar onder strikt toezicht op arbeidsvoorwaarden.

Hij is er blij mee, en ik ook. Hij heeft tot aan de 10e klas (of 180 centimeter lengte) een mooie, veilige, ergonomische rugzak die hij niet snel zat zal zijn. Bovendien kan deze goed gebruikt worden voor dagjes weg, kamperen met de padvinders en vakanties. Zelfs de man kan hem gebruiken zonder voor gek te lopen.

Het is zo fijn om zulke aanschaffen een keer te doen, en dan heel lang niet meer!

Alles minimalistisch? Kinderkleren.

Oh jee, het volk moet zo zachtjesaan nieuwe kleren.

Voor kinderen vind ik een minimale garderobe ongelofelijk handig. Het scheelt me stapels met spullen om te organiseren en ze kunnen zichzelf makkelijk aankleden omdat alles dat in hun kast is, ook hun lievelingskleding is. Drie van de vier kiezen zelf hun kleding uit. Ik weet redelijk goed wat er in hun kasten ligt en derhalve wat ze nodig hebben.

Kleding bewaren doe ik niet meer, van drie jaar op de plank wordt het niet beter, het is de vraag of de volgende het aan wil en het idee van een minimale garderobe is dat ze hun kleding ook daadwerkelijk dragen, dus breng ik goed gebruikt textiel naar de kringloop voor een laatste ronde, als het daar nog goed genoeg voor is.

De oudste draagt in de winter standaard twee leggings, een wollen ondertrui, een shirt en een jurk, of nog een shirt en een rok. Naarmate het warmer wordt, verdwijnen er lagen maar de jurk of het shirt met de rok blijven. Hoewel ze een uitgesproken smaak heeft (lichtelijk excentriek) draagt ze makkelijk een week de zelfde jurk als ik er niets van zeg.

De jongen draagt altijd een spijkerbroek, shirt en trui. Zoals alle jongens denk ik. Hij heeft genoeg voor week.

De Fiet is gek op jurken, hoe deftiger / hysterischer hoe beter. Met een legging eronder en als het vriest dat het kraakt met een extra vestje. Vier dagen in de week draagt ze echter haar ‘barnehagekleding’, vooral tweedehands vondsten in wol en soms fleece.

De baby (haha) vindt jurken vreselijk. Heeft een soortgelijke barnehagegarderobe en drie leggings, vier truitjes, een wollen broek, twee warme wollen vesten en een vermoedelijk inmiddels te kleine, nagenoeg ongedragen jurk in haar kast.

De barnehagekleren zijn voor de koudere maanden, op mildere dagen en vanaf ongeveer april kunnen ze hun ‘gewone’ kleren aan naar de barnehage en zijn wol en fleece te warm. De barnehagekleding dragen ze ook vaak thuis.

En inmiddels ‘moeten’ ze allemaal nieuwe kleren, want minimaal kan je ook overdrijven. Een paar leggings, ondergoed, pyjama, tunieken: zulks. Maar moeten betekent niet dat ik het nu moet gaan shoppuh, maar dat ik heb bedacht wat ze echt nodig hebben de komende tijd bij elkaar sprokkel.

Mijn strategie (haha, ik doe maar wat) voor nieuwe kleding:

  • Tweedehands: Voor dure dingen als ski- en regenpakken en winterlaarzen houd ik finn.no in de gaten.
  • Aanbiedingen. Ik houd aanbiedingen in de winkels in de gaten voor specifieke dingen als bovengenoemd spul, thermoleggings, wollen ondergoed, mutsen en handschoenen. In mei kost het het minder dan de helft en in vijf maanden groeien ze geen vijf maten meer; dat is wel vooruit te kopen.
  • Noodgevallen: Voor zeer acute gevallen gaan we naar de winkel. Zo was onlangs de print van de jongen zijn minecraftshirt eraf gegaan in de was. Hij was zo verdrietig en had toch shirts nodig voor de zomer, dus kochten we een nieuwe. Dat doen we dan ook wel weer.
  • Functies in kleding combineren. Dunne wollen onderlaag-kleding is prima als pyjama, net als trainingsbroeken. Jurken met een niet al te zomerse print kunnen worden gedragen over een longsleeve en legging, wat hun draagseizoen met zes maanden verlengt. Met 1 simpel strak rokje kunnen shirts op leggings worden gedragen. (dit idee: klik) 
  • Kringlopen: Ik koop bij de kringloop wat ik denk nodig te hebben op korte termijn, als ik het kan vinden. Bij de zeer goed gesorteerde hangen steeds meer H&M’etjes voor de nieuwprijs, bij de ander is het een kwestie van ‘geluk’ iets goeds te vinden.
  • Geen kleding ‘wegmoffelen‘ Echte zomerkleding (of over een half jaar de winterkleding) ligt op een plank bovenin hun kast, maar ik leg niets uit het zicht of in dozen. Ik vergeet dan simpelweg dat het er is. Ik ben niet zo georganiseerd en houd het het liefst zo simpel mogelijk: zo min mogelijk kleding die zo goed mogelijk kan worden gecombineerd
  • Wachten tot de nood aan de man is: In plaats van aan het begin van de zomer verzinnen dat ze vier nieuwe broeken en vijf shirts en zes jurken nodig hebben, koop ik het als we het nodig hebben. Want:
    – wat je nodig hebt is zo gebonden aan het land waar je woont, waar je dat jaar op vakantie gaat, de kwaliteit van de zomer, de vlekkerigheid van je kind en hun immer veranderende voorkeuren.
    – je hebt minder nodig dan je denkt, zeker als je de was bijhoudt. het is in een uurtje gewassen en in een paar uur gedroogd.

Wat zijn jouw briljante oplossingen voor zo min mogelijk kleding?

 

Alles minimalistisch: panty

21mKFJMNwTLEen lade vol panty’s in alle soorten van nietlekkerzittendheid: ik had ze. Vroeger kocht ik dingen voor weinig geld, vond ze te wijd, te strak of trok er binnen vijf minuten een ladder in en legde ze weg voor later.

Ja, lekker handig.

Ik koop nog zelden panty’s, want hoeveel heb je er nu eigenlijk van nodig?

Twee jaar geleden kocht ik er een van Wolford.  Het was een lichte rib uit mijn lijf met 30 euro voor een simpele panty maar ik wilde proberen of het echt van die goede dingen waren als werd beweerd. Bovendien worden ze gemaakt in Oostenrijk: ik heb graag dingen die in Europa worden gemaakt.

Het is mijn enige panty sindsdien. Hij is niet heel dik, maar net niet doorzichtig. Hij zit lekker: niet te strak zonder af te zakken en het belangrijkste, hij heeft het volgehouden om gemiddeld een a twee keer per week gedragen te worden zonder te ladderen of gaten bij de tenen of slijtplekken te gaan vertonen. En met vier kinderen, twee katten en geregelde wanderlust heeft ie een bewogen leven gehad.

Nu is het toch gebeurd: er zit een gat in. Snif en boe. Ik koop nog geen nieuwe want ik draag nu vooral leggings en heb nog kousen op voorraad. Tegen de tijd dat die versleten zijn, koop ik absoluut weer een panty (of twee) van dit merk. Maar dan zonder voeten. Of heet het dan een legging?

In eerste instantie is 30 euro voor een simpele panty veel geld maar per saldo scheelt het veel. Geld, maar ook afval. En dat is fijn.

Darn Tough – sokken die niet slijten

Sokken die wel slijten, zijn vervelend. Elke keer nieuwe sokken kopen, of een exemplaar met een gat en een ander dat nog wel kan… Ik was dat ook wel een beetje zat, zo’n 2,5 jaar geleden als ik het goed heb. Ik las toen over Darn Tough, een sokkenfabriekje in Vermont in Amerika dat onverslijtbare sokken maakt. Als het je lukt een paar te verslijten, krijg je nieuwe. (Niet dat ik mijn oude sokken ooit op zou sturen, maar als men zulke garanties geeft, geeft dat vertrouwen.)

Dat klonk goed, want een beetje simpel van elke keer nieuwe sokken kopen werd ik wel. Ik kocht toen vier paar om het te proberen. Twee voor mij, twee voor de man.

En? En? En?

Ervaring met Darn Tough sokken

Allereerst: kijk uit waar je ze bestelt. Er kunnen namelijk nog wel douane- en inklaringskosten bij komen. In Noorwegen is dat het geval boven een waarde van 350 kronen, inclusief verzendkosten. Gek genoeg hebben we dat alleen nog maar meegemaakt met zendingen uit Amerika en niet bij andere landen. Je zal dus even moeten zoeken naar Europese verdelers, of de extra kosten voor lief moeten nemen.

We hebben uiteindelijk allebei zeven paar van deze sokken, in verschillende diktes.

Bijna elk paar wordt elke week gedragen, behalve op heel warme zomerdagen.

Zitten er gaten in? Ja. In een sok van de man. Twee. Aan de bovenkant. Maar het is geen slijtage. Misschien blijven hangen aan iets in de was, een brandgaatje: ik weet het niet. Dat is het enige. Ik moet ze even repareren en dan zijn ze weer als nieuw. Zoals alle sokken van Darn Tough.

Serieus, na 2,5 jaar zijn de eerste paren nog geen draadje gesleten. De rest ook niet.

En dat is toch bijzonder want ik loop veel en moet bekennen dat er heus wel eens een per ongeluk in een hete handdoekenwas meedraait of de droger van binnen ziet.

Ze blijven ook perfect aansluiten aan de bovenkant, krimpen niet, verkleuren niet.

Is dat niet zonde van je geld als je er een kwijtraakt? Uiteraard, maar langer dan een wasronde zijn ze nooit kwijt omdat ze geen plekken hebben om zich te verstoppen in kasten of onder bedden. Jeej voor minimalistische kasten en slaapkamers. De enigen van wie ik wel eens sokken kwijt ben, is van de kinderen. Die trekken ze uit in bed en dan verdwijnen ze in laden vol knuffeldieren, tussen matrassen, achter bedden… daarom mogen die geen dure sokken.

Conclusie over Darn Tough sokken:

Darn Tough zijn ze zeker! Zoals ze er nu uitzien, lijkt het erop alsof ze nog jaren meegaan en dat is goed.

Wat mij betreft zijn ze het geld meer dan waard. Want op de lange termijn scheelt het niet alleen geld, het scheelt me ook gedoe met elke keer nieuwe sokken kopen en oude sokken netjes weggooien, gaten stoppen waar mogelijk en de frustratie van sokken die nog prima zijn maar na een paar keer wassen af gaan zakken of vervilten aan de binnenkant.