‘Ik haat huishouden’

‘Ik haat het huishouden. Het is nooit klaar. Het gaat altijd door. Zucht.’

Wel nee. Je bedoelt:

‘Ik haat het dat mijn huis nooit zo schoon is als die huizen in de VT Wonen en de Glassex-reclame. Ik ben nooit klaar. Ik ga altijd maar door tot ik dat bereikt heb’.

“Few tasks are more like the torture of Sisyphus than housework, with its endless repetition: the clean becomes soiled, the soiled is made clean, over and over, day after day”-Simone de Beauvoir

Je kan ermee bezig blijven, als je wil. Zeker met zes mensen waarvan vier onder de tien jaar. Maar dat moet je gewoon helemaal niet doen.

Schoon-ig.

Ik houd van een schoon huis en ik kan niet goed tegen rommel, al was het maar omdat vuil vuil aantrekt, en aan zijn lot overgelaten rommel vrij snel ontaardt in chaos en dat betekent per saldo alleen maar meer werk. En dat wil ik niet.

Niet werken = altijd huishouden. Dus.

Er wordt soms aangenomen dat ik meer zal huishouden dan iemand met een betaalde baan. Dat klopt een beetje: ’s ochtends stofzuig ik en trek slaapkamers glad. Ik slinger een doekje door de wc’s en zorg dat de keuken weer fris is.

Dingen die je vermoedelijk laat liggen als je vroeg de deur uit moet. En terecht. (ik vroeger wel, want als je thuiskomt is toch alweer bijna etens- en bedtijd) Uiteraard lunch ik thuis, al dan niet met man en kinderen.

Maar verder doe ik niet veel meer dan de gemiddelde persoon. Misschien zelfs minder omdat we niet zo veel in huis hebben en ik strijken, vloerkleden stofzuigen en dekbedden wekelijks wassen echt tijdverspilling vind.

Wat doe ik dan de hele dag? Ja, dat wordt steeds meer de vraag hè? ;)

Mooie huizen zijn vieze huizen

644705058710055
deze tafel (leuk watermerk door mn eigen foto)

Hoe mooier onze huizen, des te smeriger ze lijken te worden. In ons vorige, 130 jaar oude Noorse huis, zag je nooit iets op de vloer. Die was kaal, hout en charmant afgesleten maar je merkte pas als je moest stofzuigen als het begon te klinken alsof je op beschuitjes liep. Nee, dan hier op dat ‘moderne’ vinyl…

De keuken daar werd net zo vies als die hier, alleen viel dat pas op als tussen mei en augustus, als de zon erop stond. Anders zag je er weinig op, omdat ie ook nog eens ouderwetsch blauw geverfd was.

Mooie spullen zijn slavendrijvers!

En ik ben best blij met de grote witte tafel maar ik poets er meer aan dan aan het ruwe steigerhouten bakbeest in ons huis in Nederland.

Met alle mooie dingen die we willen hebben, maken we het ons ook vaak niet makkelijker. Een oude houten boekenkast is weer netjes als je er af en toe een stofdoek naartoe gooit, een gelamineerd geval kan je blijven poetsen en is na een welgemikte worp met een matchbox-autootje voor eeuwig lelijk.

Kussens en gedrapeerde plaids op je bank zien er misschien leuk uit (?) maar niemand geeft om die dingen behalve de vrouw des huizes, over ’t algemeen. Veel plezier met opschudden, rechtleggen, hoesjes wassen en wisselen al naar het gelang het seizoen.

Veel mensen willen wit beddengoed, witte handdoeken en wit keukenlinnen voor een schone uitstraling met als gevolg dat je het in bleekwater moet leggen, oxi-aksie voor moet kopen en speciaal witwasmiddel. De oplossing: grijs en beige textiel. Zie je niets op.

Kijken door je wimpers

Als je veel thuis bent, moet je (denk ik) ook bewust niet alles willen zien en kijken naar je eigen huis zoals je bij een ander kijkt: naar het grote geheel maar niet naar stof op de plinten, vlekken op deuren, koffiekringen op tafel, koekhandjes op je ramen, spinnenwebben aan plafonds en stofkonijntjes op slaapkamers.

Doe je dat wel (en denk je dat een spiksplinterschoonhuis zoals in de blaadjes en reclame inderdaad haalbaar is als je er daadwerkelijk in woont) dan word je een slaaf van je eigen huis en wordt het huishouden inderdaad een frustrerende Sisyphus-straf.

De oplossing tegen eeuwig huishouden?

Veel naar buiten gaan is voor mij de beste manier om geen achterstallig onderhoud te zien. Rechts op de foto staat ons huis en geen stofje, rommeltje of wasgoed te zien. Heerlijk!

Lees een boek. Dan zie je ook niets.

Laat die belachelijke standaard van schoon los.

Zorg voor minder objecten om voor te zorgen. En nog minder. Nog een beetje minder… Ja, precies goed.

En voor die dingen die toch gedaan moeten worden is het beter om het gewoon doen.
Denken: ‘ik vouw de was op’ in plaats van ‘ik heb echt zo’n vreselijke schurfthekel aan die eeuwig terugkerende pokkewas’ is beter voor je hersens en je gezichtsuitdrukking. Dat maakt je echt niet minder slim of modern. Kijk maar naar mij

 

Advertenties

Minder wassen en minder kunststof voor een beter milieu.

Vorige week had ik een stuk getypt over wassen en weer verwijderd. Ik dacht: meutig gedoe, over wassen. Dat weten we inmiddels wel. Maar toch voelde ik na het lezen van dit artikel een enorme behoefte om het artikel toch te publiceren. Nergens meer te vinden! Dan maar overnieuw.

Plastics in het milieu: is niet goed.

Plastics zijn een groot probleem voor het milieu. Omdat ze niet vergaan maar in heel veel minuscule kleine stukjes uit elkaar vallen en alle levende organismen binnendringen.

Plankton krijgt microvezels binnen en dringt op die manier binnen in de voedselketen. Deze minuscule vezels zijn teruggevonden tot in het bloed van ijsberen en in monsters kraanwater zit het al in meer dan 75% van de gevallen. (niet dat dat een reden is om fleswater te drinken!)

Bronnen van vervuiling door microvezels

Er zijn een paar grote bronnen van microvezelvervuilling. Autobanden, kunstgras en kleding. (sowieso: kunstgras? welke idioot koopt dat?).

Het is toch ironisch dat hoe ‘schoner’ we zijn, des te meer we onze omgeving vervuilen. En uiteindelijk onszelf om zeep helpen. Het lichaam kan de microplastics niet verwerken zoals het voedsel verwerkt en de microplastics komen ook bij mensen in de bloedbaan en via de placenta heen zelfs in hun ongeboren kinderen terecht. Wat de effecten op lange termijn zijn weten we niet. Fraai zal het niet wezen.

Meer dan 60% van onze kleding bevat kunstmatige, aardolie gebaseerde vezels. Zelfs wol bevat niet zelden een deel kunstvezels. Deze vezels raken los in de was en komen in het afvalwater. Zuiveringsinstallaties kunnen deze vezels niet allemaal eruit filteren.
Niet elk stuk textiel is even erg. Die fleecedeken of joggingbroek die zo pluist als je hem uitklopt: oei. Dat truitje van goede kwaliteit met 20% polyester: niet zo erg.

Een ander probleem is de frequentie waarmee we kleding wassen. De achterlijke opvattingen over wat schoon is, hebben we natuurlijk niet zelf verzonnen. Dat hebben de mensen bij Kimberly Clarck, Unilever, Johson & Johnson, Ajax voor ons gedaan. Thanx voor het belachelijke idee dat iets na drie maanden in de kast nog steeds naar chemische lentekokosbloesem moet ruiken! Synthetische kleding ruikt ook veel sneller onfris dan bijvoorbeeld wol of katoen, wat het ook nodig maakt om het vaker te wassen.

Soms word je er moedeloos van. Toch? En hoe heb je al enkel persoon invloed op zo’n immens probleem? Wel, niet. Maar er zijn wel dingen die zelf kan doen, naast mensen bewust maken van dit probleem. Want het is een gigantisch probleem. En dat moeten we met zijn allen aanpakken, toch? Niets doen is ook geen optie.

Vorige week haalde ik een stuk half vergaan plastic bij de garage van de eigenaar van ons huis weg. Daar kwamen zo veel stukjes plastic uit, dat krijg ik in geen tien levens door de afvoer gespoeld. Zucht. Teringzooi.

Goed. Wat tips, voor wie de moed erin houdt:

  • Gebruik een guppy friend. Dat is een waszak van -ironie- polyamide. Ik gebruik die nu bijna een jaar voor die paar synthetische dingen die we nog hebben. Alles wordt er prima schoon in.
  • Koop geen glitterspul. Kleine (en grote) meisjes kunnen prima zonder. Jongens ook.
  • Let op het label. Koop geen kleding gemaakt van kunstvezels. Ja, de spoeling wordt dunner maar er zijn genoeg (online) winkels die kleding in wol, linnen, katoen, hennep op bamboe verkopen zonder een draadje acryl of iets erin.
  • Was kleding zo min mogelijk en zo zacht mogelijk. En synthetisch spul in die Guppy Friend, dus!
  • Zoek alternatieven. Er zijn vaatdoeken die composteerbaar zijn. Schuursponsjes van biologisch afbreekbaar materiaal of van rvs.
  • Gebruik een natuurlijk wasmiddel, bijvoorbeeld van Sonett.
  • Realiseer je dat het tij alleen kan worden gekeerd als we met zijn allen hier aan werken. Als iedereen stopt met het kopen van synthetische materialen en kleding die we niet nodig hebben of die na drie keer wassen uit elkaar pleurt, ligt het over een half jaar niet meer in de winkel
  • Zie het als een fijne manier om de kledingkasten te minimaliseren ;)
  • Besef dat het ene kledingstuk het andere niet is. Een trui van mezelf was ik na vier of vijf draagbeurten, een shirtje van de kleinste kan na een uur al in de was. Een dik fleecevest dat ze dragen op de barnehage was ik zelden, maar een half-synthetische joggingbroek van de jongen wekelijks. Als je kleding wil vervangen, vervang dan wat je het meeste wast. Een pluizige fleecedeken vervuilt veel meer dan dat kwalitatief goede truitje.
  • Koop biologische cosmetica: gewone tandpasta en scrubs onder andere, kunnen kleine korrels plastic bevatten. (als polyethyleen,
    polypropyleen of polyethyleentereftalaat op de verpakking)
  • Maak cosmetica zelf.
  • Raap rondslingerend plastic op. Je voelt er niets van als mensen dat vreemd vinden, maar vermoedelijk vinden ze er 1) niets van of 2) je een goed voorbeeld
  • Besef dat iets veranderen (geen kunststof kleding, actief plastic verminderen in je leven) even vreemd voelt maar na een tijdje ook een gewoonte geworden is. Doe niet moeilijk over ‘je kan ook niets meer kopen’. Dat valt echt wel mee.

 

Alles minimalistisch: huis schoon onder 50 min.

Ik heb geen hekel aan het huishouden maar mijn lievelingshobby is het evenmin. Een van de fijne kanten van een minimalistisch huis / instelling / levensstijl / whatever is toch dat je minder bezig met de dingen die moeten en meer met wat je graag doet.

Stel, je wil je hele huis opruimen, schoonmaken, stofzuigen, dweilen en tot slot wat administratie doen. Hoe veel tijd kost dat als je niet wordt gehinderd door vloerkleden, bijzettafels, bakken vol speelgoed, stapels met oude kranten en tijdschriften en andere struikelblokken? Ik nam de tijd op. Alles voor de minimalistische wetenschap ;)

Ik begon in een niet vies maar evenmin schoon huis dat na de ochtendspits in het gebruikelijke slagveld van pannetjes havermout, uitgetrokken pyjama’s, koffiekopjes, kleding in de slaapkamer, onopgemaakte bedden, een omgevallen plant en och, je kent het wel.

8:40 – 8:42 Onze slaapkamer: wasgoed oprapen, bed opmaken, kleding terug in de kast (2 min)
8:42 – 8:45 Rommel uit de woonkamer naar de keuken brengen, oppervlakken poetsen (3 min)
8:45 – 8:48 Vloer vegen in de woonkamer (3 min)
8:48 – 8:55 Vloeren vegen in de hallen, dweilen in de woonkamer (7 min)
8:55 – 8:57 Badkamer / wc / wasbak schoonmaken (2 min)
8:57 – 9:06 Aanrecht opruimen, was sorteren, spullen opbergen (9 min)
9:06 – 9:15 Caviahok verschonen en hun dekens uitkloppen en in de was gooien (9 min)
9:15 – 9:20 Stofzuigen in de keuken, dweilen in de keuken en de hallen (5 min)
9:20 – 9:50 Koffie, rekeningen betalen, mails beantwoorden, blogs lezen (30 min)
9:50 – 10:08 Boven opruimen: beddengoed recht, stoffen, spullen opruimen, was verzamelen, wc en wasbak schoonmaken, luchtdroger leeggooien, stofzuigen, kleding in de kast (18 min)

Als ik koffie drinken, blogs lezen en administratie doen niet meereken (zulke rekeningen aan de belastingdienst betaal ik gelukkig niet eens jaarlijks!), ben ik 58 minuten bezig geweest. Minus de cavia’s nog niet eens 50.

Het is stofvrij, rommelvrij en fris. De was is gesorteerd en aangezet, de beesten zijn schoon, rekeningen betaald en ik kan fijn gaan doen waar ik zin in heb. Een brief schrijven, gezond eten voorbereiden, wandelen, economisch verantwoord boodschappen doen, kleding repareren, extra Noors leren, iets extra’s in het huishouden doen zoals dekbedden wassen, vooruit koken en dingen zelf maken zoals granola of crackers.

Vandaag was dat ski’s achter Fietje aanbrengen. Ze stonden net met de hele barnehage op ski’s klaar om te gaan skiën en ze was zo blij dat ze ze toch nog aan kon trekken.

En dan vliegt de dag om en is het zo weer half 12, half 2 of half 3 en staan de oudste twee alweer op de stoep. Gelukkig kan ik nog net even mijn bijna-dagelijkse wandeling maken.