Het is uit :(

cumberland-bar
bron: http://www.cityofliterature.com/a-to-z/cumberland-bar/

Het is voorbij gevlogen, de tijd dat ik 44 Scotland Street las. Het is een serie boeken geschreven door Alexander McCall Smith en begon als een dagelijkse verhalenserie in een Schotse krant, meen ik. Het gaat over de bewoners van een denkbeelding adres in een echt bestaande straat, Scotland Street in Edinburgh.

De hoofdkarakters zijn Domenica, een soms rusteloze antropologe die houdt van goede gesprekken en geboren is in het huis waar ze nu woont.
Pat, een twintigjarige vrouw in haar tweede ‘gap-year’. Haar vader is psycholoog en zelf weet ze in het begin nog niet wat ze wil doen.
Angus Lordie en Cyrill, zijn hond met de gouden tand. Angus is een eeuwig vrijgezelle kunstschilder.
Bertie, de lieve en slimme zoon van draak Irene, een moeder die haar zoon genderneutraal wil opvoeden en hem daarbij in roze crushed strawberry-kleurige tuinbroeken laat lopen, verbied om bij de padvinders te gaan of met treintjes te spelen.
Stuart, de vader van Bertie die nogal onder de duim zit bij Irene. Hij werkt als cijfer-goochelaar bij een soort CBS. Hij vergeet altijd waar hij de auto heeft geparkeerd en leert daardoor een gangster uit Glasgow kennen.
Big Lou, de eigenaresse van een koffiebar en Matthew, de eigenaar van een galerie die elke ochtend koffie bij haar drinkt.
The Duke of Johannesburg. Die komt pas in een later deel, maar hij is ongelofelijk geestig.

Ik houd niet (meer) van boeken of films waarin veel gebeurt. Van moord en doodslag en zombies en narigheid en complotten en intriges en ecologische rampen en gruweldaden uit het verleden.
Het lijkt soms alsof schrijvers zo gruwelijke mogelijke verhalen willen schrijven, omdat ze denken dat je extra punten krijgt voor het tot in details beschrijven van het ergste menselijk leed.

En daarom genoot ik van deze serie. Er gebeurt weinig maar de hoofdpersonen zijn allemaal echte mensen. Mensen die zich, zoals zovelen van ons, druk maken over de toestand in de wereld. Over globalisatie, het verdwijnen van cultuur, de inperking van de vrijheid van meningsuiting en de ‘ontmenselijking’ van onze steden maar daarbij zien ze ook het mooie van het leven, onderhouden vriendschappen, ontmoeten elkaar in de kroeg of op feestjes.
Het is geregeld zo grappig. Niet dat ik over de grond rolde van het lachen, maar ik zei af en toe wel ‘hehe’ of ‘gfrp’.

Mijn favoriete personage is toch wel Angus Lordie. Die is volgens veel lezers saai en dat is vast de reden van mijn affectie ;)

Hij heeft af en toe schitterende monologen en gedichten en deze wilde ik toch delen:

The things that really bind people to one another are a shared sense of who you are, a shared identity. Common practices. Common loyalties.
But what is being done to those things now? They are being dismantled.
Deliberately and with specific intent they are being dismantled. Look at Christmas. Look at the think-tank people who advocated diminshing Christmas so that those who adhered to other faiths would not feel excluded.
The truth of the matter, though, is that the celebration of Christmas has been going on for an awful lot of time in this country and is exactly one of those customs that make us a community rather than a random collection of people who happen to live in the same place.
You can say the same about a hundred other manifestations of our national culture.
We have a national culture, just as other countries have and we are entitled to say we want to preserve it.
It’s a great mishmash of social customs and observances, of ways of greeting one another, of memories of nursery rhymes and poems and people. All of that. And these wretched, arrogant relativists and pluralists are setting out – on what authority, one asks- to dismantle it, bit by bit, so there is absolutely nothing left.
They prevent people from being who they are, they forbid them to express themselves in the name of preventing offence.
They pour scorn on those who have a sense of themselves. One might weep. One might weep for everything that is taken from us, our fundamental, basic identity als Scots, Britons, all of that.

And don’t think for a moment that this sense of having something taken away is restricted to the bourgeois dreamers, to middle class romantics, to hopeless irredentists, don’t think that.
Look at what the very ordinary people have lost. And think about that for a moment.

What has happened to the working class communities in Scotland? To miners, for example. To fishermen? To men en women who work with their hands? Who again?
These people are swept away by globalisation. Swept away!
now they are all so demoralized that they are caught in the culture of permanent sick notes.
And who speaks for the young Scottish male, as a matter of interest? Nobody. Where is he going to live? What is he going to do? Nobody cares. He’s finished. Abandoned. And he knows it. And all the solace he can get he will have to get from football and drinking.
Football! And an ersatz electronic culture of mindless cinematic violence from the cynical pyrotechnicians of Hollywood. But don’t get me started, Domenica!’

‘I won’t’, said Domenica.

Het is iets waar ik me ook zorgen om maak. De grauw-grijze eenheidsworst van de Amerikaanse popcultuur, waarin naast google, nike, amazon en iapple amper meer ruimte is voor andere dingen. Van Mongolie tot Libanon en van Bolivia tot Lapland, overal draagt men jeans met sneakers, luistert naar dezelfde muziek en wordt men gedwongen dezelfde troep te consumeren en intens gelukkig te zijn hiermee. “Onderzoek heeft uitgewezen dat Nederlanders de vijf na gelukkigste mensen ter wereld zijn”, claimt de propagandamachine.
De inperking van de vrijheid van meningsuiting. De opgelegde politieke correctheid van de laatste jaren vind ik zorgwekkend. Niet dat je mensen maar voor rotte vis moet uitmaken, maar als je iets zegt dat niet voldoet aan de heersende moraal, kan je op een -virtuele- brandstapel. Dat maakt de wereld niet veel kleuriger.

Zijn we echt zo blij dat we onze gemeenschappen, lokale gebruiken, buurtwinkels, familiebanden en vrijheden zijn kwijt geraakt en die hebben vervangen voor de terreur van brede leasebakfiles die traag door oneindig laagland kruipen, woonboulevards vol met hetzelfde, dertig jaar samen (moeten) buffelen voor ons woongenot de bank en de keuze tussen 400 televisiekanalen met dezelfde dritt?

Nee. Het is een leugen, succesvol verspreid via onze massamedia.

Maar er is iets dat helpt tegen deze kleurloosheid. Familietradities in ere houden. Vriendschappen onderhouden. Naar buiten gaan. Je eten kopen bij lokale winkels. Lokale, Nederlandse of Europese ambachtsmensen je spullen laten maken. Inheemse planten in je tuin zetten, in plaats van doorgefokte cultivars. Geen diensten of producten afnemen van multinationals. Je niet onderwerpen aan mode of trends. Je familiegeschiedenis in ere houden en opschrijven, voor alles weg is en niemand meer een idee heeft.

Maar goed. Het was een zeer amusante serie om te lezen en de mensen uit de schrijver zijn hoofd, wonen nu een beetje in mijn hoofd. De serie lijkt nu, na het laatste deel in 2017, gestopt. Gelukkig heeft de schrijver nog zo’n 18,324 andere boeken geschreven.

 

Advertenties

gedachten over tiny houses in Noorwegen

Vakantie, woohoo!

Het is herfstvakantie, en dan doen we vaak iets leuks met de kinderen. We gaan elke dag minstens een uurtje naar buiten met zijn allen, maar daarnaast doen we elke dag wel ‘iets’.

Gisteren was de koffie bijna op en die kopen we (biologisch, en een pond voor 4,50) bij ikea. Noorse filterkoffie vind ik te duur, te onzuinig; kandijsuiker is fijner dan Noorse koffie en het is gewoon niet lekker.
#feit
Met het idee ‘het is toch vakantie’, gaven we de kinderen een stuk appeltaart en dronken we twee bakjes gratis koffie terwijl ze in zo’n speelrondje met schermpjes en puzzeltjes speelden. Als enigen, want het is hier niet zo druk.
Toen we naar de kassa liepen, vonden ze overal beertjes. ‘Breng ons terug naar de ballenbak‘ stond er op. Dus mijn kinderen, plichtsgetrouw, deden dat. Komen ze terug met een bon voor gratis ijs, worst of kaneelbol. *zucht* :D

Vandaag gingen we naar Pluto Lekeland. Dat is een enorme binnenspeeltuin. Het Paradijs volgens het dwergvolk.
Ze kregen het vorig jaar met kerst en voordat het weer december is, moesten we toch een keer gaan.

Zulke dingen zijn hier ZO duur! (85 euro!)
Ze hebben zich wel meer dan vier uur geamuseerd en het is dat ik weg wilde omdat mijn boek uit was, anders zaten ze er nu nog. (het sluit om 9 uur ’s avonds, dus het kon nog toen ik begon aan deze post).

Het was Noors druk: je vraagt je af of je niet verkeerd op de kalender hebt gekeken en de kinderen toch gewoon naar school en barnehage hadden gemoeten. Men nei!

Morgen doen we lekker niets. Bibliotheek, ommetje en ’s middags een film.

Tiny houses dan. Of andere alternatieve woonvormen

Dankzij de Live Mortgage Free serie op Netflix ben ik weer helemaal ♥ verliefd op tiny houses, omgebouwde schoolbussen en andere alternatieve woonvormen.

Een traditioneel tiny house (bestaat dat?) is niet praktisch voor een gezin met vier kinderen in een klimaat dat er zeven maanden per jaar voor zorgt dat het leven zich vooral binnen afspeelt.

Toch zouden we veel kleiner kunnen wonen. We hebben hier zo’n 120 m2 tot onze beschikking maar er is zo veel loze ruimte. We hebben een gigantische overbodige badkamer, een overbodige overloop, een overbodige hal, overbodige ruimte achter schotten, een halve woonkamer die we niet gebruiken, lege ruimte in de keuken waar we al de helft van hebben gesloopt en als de kinderkamers allemaal de helft kleiner waren, hadden ze nog meer dan genoeg ruimte.

Ik vind kleine huizen gezelliger, ze zijn milieuvriendelijker, praktischer, makkelijker schoon te maken en te onderhouden en goedkoper.

Goedkoper betekent minder of het liefst geen hypotheek en ja, dat is altijd beter dan 30 jaar ploeteren voor de bank om je met overbodige meuk gevulde kubieke meters te financieren wat mij betreft.

Elke euro die je leent, betaal je gemiddeld 2,5 keer terug aan de bank en de lage rentes zijn leuk, maar ook alleen als je de komende dertig jaar niet wil verhuizen en de prijzen blijven stijgen wat ze echt niet blijven doen. Een huis zonder hypotheek is vrijheid en daarom is dat ook mijn doel. Ooit ;)

Er zijn wat praktische problemen met een tiny house in Noorwegen:

  • Iedereen zegt iets anders over regels, inclusief de mensen die de regels uitvoeren. Zo zou je een traditionele hytte (met balken ipv planken) zonder bouwbesluit-regels mogen bouwen en bewonen maar dat heb ik nog niet bevestigd gezien.
  • Veel regels verschillen van gemeente tot gemeente en het ligt ook aan wie je treft: een verzuurde m/v persoon die de tijd zit vol te maken of een enthousiast iemand die je wil helpen om dingen anders te doen.
  • Een hytte kan je in sommige gemeenten laten omreguleren naar een gewoon woonhuis, maar hier in de gemeente is men zachtst gezegd lastig.
  • Gemeenten hebben vaak geen ervaring met kleine of alternatieve huizen, en daarom is het een heel lang proces. Als ze niet weten wat ze moeten doen, leggen ze het gewoon voor eeuwig onderop de stapel, heb ik het idee.
  • TEK17, de Noorse versie van het Nederlandse bouwbesluit, heeft ook de zelfde idiote regels. Een huis van 50 m2 dat niet potdicht geisoleerd is opwarmen met een zuinige houtkachel kost vele malen minder energie dan een modern paleis van 250 m2 opstoken tot 25 graden maar toch wordt het laatstgenoemde ‘energiezuiniger’ gevonden volgens die regels.
    Een traditioneel huis staat er over 100 jaar vermoedelijk nog, terwijl een modern huis over 50 jaar op de schroothoop ligt.
    Je zit met verplichte aansluitingen op water-, electriciteits- en rioolsystemen.
  • Omdat waar je woont bepaalt naar welke school je kinderen gaan, is de ruimte waarin we kunnen zoeken zonder dat de kinderen van school hoeven wisselen, zeer beperkt
  • We zouden best een kleinere ruimte kunnen huren maar een flat van 60 m2 kost ook gauw 7500 NOK (800 euro) per maand en dat is wat we ervoor opgeven (de vrijheid, ruimte, strand, uitzicht, rust) niet waard. Het idee is om met een klein huis verlost te zijn van hypotheek of huur en niet om alsnog elke maand bijna 1000 euro kwijt te zijn.
  • Huizenprijzen zijn hier per definitie knettergek. Op het niet-zo-platteland wonen is ook een optie, maar de middle of nowhere betekent hier niet dat je alsnog overal in een kwartier bent zoals in Nederland. De lagere huizenprijs wordt ruim gecompenseerd met meer autokilometers en duur levensonderhoud. En bovendien: zo veel werk is daar niet
    De prijzen zijn hier volgens de Oslo- en Stavangermensen alsnog lekker laag en dat is de reden waarom ze zo hoog zijn ;)

Een paar aanbieders van kleine huisjes in Noorwegen vindt je hier. Hier. Hier. En hier. En zo zijn er natuurlijk honderden. Er kan van alles gemaakt worden door timmermannen timmermensen, van traditioneel met gras op het dak en dikke balken tot hypermodern, de vraag is alleen hoe veel zin en tijd je hebt om door de dikke stroop van ambtelijke regels te waden om geregeld te krijgen dat je erin mag wonen.

Een mogelijkheid is op een boot te wonen, maar dan heb je toestemming nodig van de beheerder van de ligplek. Je moet dan een postbus hebben.
Er zijn er best veel die het doen het lijkt mij en de voormalig zeeman heerlijk, maar niet met vier kinderen. Misschien over een jaar of vijftien. En dat is ook zo voorbij, leert de ervaring.

Als het mag, kan je op iemands erf wonen in een omgebouwde bus of een tijdelijk bouwsel zoals een woonwagen: iets dat je kan verplaatsen. Maar dat is vaak ook weer tijdelijk en wederom zitten we dan met de kwestie van de kinderen en waar ze naar school gaan.

We zouden de eigenaar van het huis kunnen vragen of we een (verplaatsbaar) bouwsel van max. 50 m2 ergens neer mogen zetten, tegen betaling. Dan kan hij ‘ons’ huis ook nog verhuren. In je tuin mag je tegenwoordig namelijk bijgebouwen tot 50 m2 plaatsen, zonder vergunningen te hoeven aanvragen. Maar dan moet ik alleen nog bedenken hoe ik de kinderen ga huisvesten, want 50m2 is toch aan de krappe kant.

Mijn plan voor een tiny house in Noorwegen?

Voorlopig nog niets ;) We wonen hier prima. Tiny houses worden rap populairder en ik denk dat mensen met meer verstand van zulke zaken, het pad enigszins mogen effenen. Over een aantal jaren is er vast meer mogelijk.

In die tijd kunnen we nog meer sparen en downsizen, en komt er vast wel iets op ons pad waarin we ons allebei kunnen vinden. Uiteindelijk moeten de man zijn hobby’s ook mee ;)

Deze week. En linkjes

Deze week was een fijne. Weinig verplichtingen, veel prachtig herfstweer, leuke boeken om te lezen en mooie wandelingen. Het is weer lekker fris, maar in Nederland is het ’s nachts kouder dan hier. De kachel hadden we van de week voor de eerste keer weer aan. Het was koud, grauw en winderig. Perfect! Maar toen de kachel brandde kwam de zon door en scheen urenlang genadeloos naar binnen. De wind stond overal, maar niet hier in huis. Het was om kapot te gaan :D

We kochten een andere fiets voor D2. ’t Is nu net een circusbeer, maar de fiets die we kochten is nog iets te groot. De tussenmaat is echter lastig te vinden.


Linkjes ja.

Het Hambach Bos is een duizenden jaren oud bos bij Keulen en wordt met de grond gelijk gemaakt door energiemaatschappij RWE. Elke zondag zijn er protestwandelingen. Het maakt niet uit hoeveel bijzondere diersoorten en plantensoorten hier wonen, hoe belangrijk dit ecosysteem is, voor goedkope energie moeten we nu eenmaal keuzes maken….

Bomen worden zelfs illegaal gekapt en natuurlijk krijgt RWE alle medewerking van de politie bij het beschermen van hun… nee, niets van hun! Dat is het achterlijke met zulke dingen. Geeft het betalen van geld aan deze of gene je het recht om gif te lozen, of te produceren of te verkopen? Het lijkt me van niet. Daarentegen is de laptop waarop ik dit typ ook niet gemaakt van madeliefjes en schelpjes. Tja.

Maar de belangen van de energiemaatschappij en hun aandeelhouders zijn uiteraard vele malen belangrijker dan deze aarde en alles wat erop leeft. Ook dat kleine beetje van de bossen die ooit Europa bedekten, moet kaput.

Het totale respect van de mensen achter deze bedrijven (en de mensen die profiteren van de winsten van deze bedrijven, de beleggers) doet mijn bloed koken. Figuurlijk dan. Maar ook in eigen achtertuin vind je zulke complete afwezigheid van het geven van f*cks.

Op meerdere plekken ziet het bos er zo uit. Er zijn geen bomen omgezaagd, het is gewoon tot het kleinste twijgje met de grond gelijk gemaakt en men is nog te belabberd om de lege jerrycans mee te nemen of zelfs te verzamelen. Ze zijn nu weer bezig. Overal olievlekken…

Het is niet het meest levendige bos (dit is 100 meter verderop). Er staan veel dode bomen en behalve zuurblad en wat dodelijke paddestoelen groeit er niets. Maar het hoeft toch niet op die manier.

Ik heb er een geprobeerd en hij was niet lekker.

Kijk, een heel erg grote paddestoel. Dat ding ernaast is een telefoon. (in een hoesje van de action dat ik al vier jaar heb. dat is eigenlijk best een goed ding)Oh ja, Growth can’t be Green.

Natuurlijk is ‘groene’ groei een natte droom voor politici. Ze zouden zo en hun eigen toekomst (herkozen worden en verdere lucratieve pluchtbaantjes) veiligstellen en er ook nog eens populair mee worden als Redders van de Groene Aarde. Behalve dat dat niet gaat gebeuren, niet. De grootste contradictio in terminis van deze tijd. Je kan investeren in zonnepanelen, windenergie, electrische auto’s en andere groene gizmo’s maar dat gaat ons niet redden: dat we zo massaal afhankelijk zijn van deze zaken is de reden dat we in deze spagaat zijn geraakt.
Misschien moesten we eens stoppen met verbeteren, veranderen, optimaliseren en vooral met groeien. En dat is een stuk makkelijker dan  ‘sustainable growth’ en al die bs.

En oh ja, upcycling is ook maar een wassen neus. Gerecycled plastic is shit.

Eigenlijk zit je behoorlijk veilig als je alles van kunststof vermijdt :) Je bent dan ook gelijk af van mobiele telefoons, camera’s, internet, laptops, en eigenlijk alles met een motor, stekker of lader. Mensen hebben tienduizenden jaren zonder gedaan. Maar ja.

Vijftig jaar vegetarier.

Toevallig las ik dit artikel. Over het gebruiken van genderneutrale woorden. Ik volg de moderne media niet zo en ik heb me dan ook zeer verwonderd. (dat mag nog, toch? ;))

Huisje.

Misschien niet zo schilderachtig van buiten maar wel een geweldig huisje. Ik zie mezelf er zo wonen. Bij veel tiny houses is de slaapkamer zo claustrofobisch!
De ruimte hebben met vier kinderen is echt fijn en we hebben een perfecte plek (bij de boekwinkel verkopen ze ansichtkaarten met ons huis erop :)) maar het lijkt me heerlijk om ooit echt de downsizen. Tiny house, woonboot, zeilboot of gewoon een klein huisje: heerlijk.

Oh ja, netflix tip: iets met leef of woon hypotheekvrij of live without a mortgage.

Even zoeken. Hus uten huslån. Kleine huisjes, gekke huizen, woonboten…

En ik zag ook nog ‘hytter i villmarken’. Hutjes op de (wilde) hei. Nu heb ik ook een netflixverslaving.

kleffe foto

De jongen maakte per ongeluk een filmpje van ons. Gelijk de reden dat er praktisch geen foto’s van ons samen zijn.

Ik zag net dat het artikel waarvan ik een paar pagina’s had gedeeld niet kon worden ge-opklikt. Nu hopelijk wel.

The Idler

Al eerder had ik het over hem: Tom Hodgkinson. Hij is de schrijver van The Freedom Manifesto, Luie Ouders hebben Gelijk en Business for Bohemians en de uitgever van het tijdschrift The Idler, dat inmiddels 25 jaar bestaat. Zijn filosofie is anarchistisch: mensen hebben geen bazen nodig maar meer vrijheid. Vrijheid van dertig jaar ploeteren voor een hypotheek en nog meer jaren voor een baas, de vrijheid om in een tipi of caravan te wonen, je eigen varkens te houden en te doen met je leven wat je zelf wil. Als je weinig nodig hebt hoef je ook niet veel geld te verdienen. Vrijheid maakt gelukkig. En dat alles met zeer Engelse humor, van deze zeer intellectuele man.

Hoewel hij een rasechte ‘Idler‘ is, is hij nogal druk met zijn eigen winkel, cursussen, tijdschrift en boeken. (het bezorgt hem ook regelmatig hoofdbrekens) Tussen de regels door lees je dat het ondernemerschap in zo’n ‘niche’ geen sinecure is. Ik ben geabonneerd op het tijdschrift en lees het met veel plezier. Er komt van alles voorbij. Alys Fowler en haar moestuin, hoe je je eigen bacon rookt, bierbesprekingen, muziek, interviews met bijzondere mensen, alternatieve woonvormen zoals narrow boats, KLF die een miljoen pond verbrandden, hoe te stoppen met werken, de ochtendroutine van de geestelijk vader van Father Ted (eerst een joint) en de nieuwste studies naar de verwoestende effecten van facebook, stress, loonslavernij en hoe het toch komt dat we zo geobsedeerd zijn met werk en groei terwijl de wereld, onze maatschappij en cultuur aan precies deze dingen ten onder gaan.

Het is excentriek, ander en weldoordacht. Het gaat over het waarderen van het lokale, het kleine, de familie en gemeenschap, een contemplatief leven. Het keert zich tegen de graaicultuur, de banksters en de Ubers, tegen het altijd meer en nooit genoeg, tegen massaproductie, bio-industrie, bureaucratie en de eenheidsworst die de wereld wordt.

En ik moet altijd zo lachen om de tekeningen van Modern Toss. Soms lig ik in mijn eentje dubbel om een plaatje waarvan ik echt niet uit kan leggen wat er nu zo grappig aan is.

 

Iets dat je goede zin geeft, is geen weggegooid geld. Ik zou het geld nooit uitgeven aan een gewoon tijdschrift dat ik bovendien gratis bij de bieb kan lezen (maar in 99% van de gevallen helemaal niet wil lezen, wegens advertenties en de boodschap dat je niet goed genoeg bent wat de kans van het aanslaan van de advertenties weer vergroot) maar sommige mensen moet je steunen en sommige tijdschriften moet je na het uitspellen ervan, kunnen doorgeven aan mensen waarvan je denkt dat ze het waarderen.

Dus misschien wil vriendinnetje Ogma binnenkort een doorgeefdinges organiseren, want ik stuur ze binnenkort door naar Fryslân.

 

Uitgroei en minimale kindergarderobes.

Ons busje ligt vol met spullen voor de kringloop. Er is een flinke doos met gelezen boeken, een kleinere doos met wat spullen die we vervingen voor iets beters of die niet meer nodig waren en vier enorme zakken vol kleding en schoenen. Ongelofelijk.

Maar ze waren bijna letterlijk uit AL hun spullen gegroeid. Kleding. Regenjassen. Winterpakken. Laarzen. Winterlaarzen. Handschoenen. Mutsen. Ondergoed. Sokken.

Elke dag kwam er wel een: Mama, mijn laarzen voelen gek bij mijn tenen. Mama, ik heb geen sokken meer die passen. Mama, als ik mijn armen uitsteek komen de mouwen van mijn jas maar tot mijn ellebogen.

Ik denk dat het zo opviel, omdat we sinds april amper meer laarzen, truien en zulks nodig hadden.

Wat nog groot genoeg was, was niet zelden kapot. Mama, er zit een gat in mijn handschoenen. DAT IS VOOR JE HAND! Nee mama *eyeroll*. Bij mijn duim!
De leggings van Fietje waren vitrage, net als knieen en konten van de spijkerbroeken van de jongen. Dan is er ook nog het nodige zomerspul waarvan ik weet dat het volgend jaar echt niet gedragen wordt, of zeker te klein is.

Zucht. Ik ben wel gewend dat ze groeien, maar niet aan zo’n lawine van te kleine spullen. Zelfs de poetslappenbak van de man zit tot de rand toe vol.

Maar: het is wel een mooie gelegenheid om op te ruimen en alleen aan te schaffen wat echt nodig is. In principe vervang ik dus niets, tenzij noodzakelijk en dat is als de was bij is en ik alsnog misgrijp.
Herfst / -laffewinterlaarzen voor de jongen waren nodig, evenals een goed paar handschoenen en een wind- en waterdichte, warme jas voor de slungel.

Donsjassen?

Een kort woord over dons aangezien het de tijd is om winterjassen te kopen: kijk alsjeblieft naar wat er in de voering van je jas (of dekbed, kussentjesvulling of luchtbed) zit. Donsproductie kan een ongelofelijk gruwelijke zware mishandeling zijn voor dieren en dat is jouw comfort simpelweg niet waard. Levend geplukt, ernstig getraumatiseerd, mishandeld.  Check als je dons koopt of het gemaakt is volgens de Responsible Down Standard.

Als de verkoper of producent je er niets over kan vertellen, is het bijna zeker dierenleed. Koop het gewoon niet.

The Responsible Down Standard aims to ensure that down and feathers come from animals that have not been subjected to an unnecessary harm. It is our hope that the standard can be used to reward and influence the down and feather industry to incentivize practices that respect the humane treatment of ducks and geese. We believe that education – through the RDS – is a meaningful way to drive demand for strong animal welfare practices. The standard also provides companies and consumers with a tool to know what is in their products, and to make accurate claims.

Anyway.

Dat is volgens mij de regel voor minimalistische kindergarderobes: pas kopen als je het nodig hebt. Dus niet: zes outfits of zoveel broeken en shirts. Dat werkt hier niet. De kinderen veranderen, ze groeien, lijken soms twee maten over te slaan, het weer verandert (zomer 2017 had 28 kortebroekendagen, zomer 2018 had er 66).

Niet meer naar de kringloop

Als we iets nodig hebben, koop ik het (samen met de kinderen en hun nogal uitgesproken voorkeuren) in de biologisch verantwoorde niet heel dure kinderkledingwinkel op het durrep.
De laatste twee keer dat ik bij de grote kringloop was, was het zo’n bende dat ik niet eens zin had om te zoeken en dan nog vind ik vaak ongeveer wat ik zoek maar niet precies:  Een vinterdress zonder capuchon. Een passend vest in de juiste kleur maar polyester. Een leuk truitje maar met een stomme tekst. Vaak kocht ik dingen die ik verwachtte nodig te hebben, die uiteindelijk ergens achterin de kast bleven liggen.
En vaak is het al gedragen, dus na een paar maanden verwordt het tot poetslap. En zo blijf je bezig.

Over een paar maanden denk ik er vermoedelijk weer anders over, maar nu heb ik geen zin om elke keer drie kwartier te reizen en evenzolang te zoeken naar een shirt of broek. Minimale garderobes it is; minimale aantallen, minimaal gedoe.

Een woord over emigreren naar Noorwegen met kinderen.

Emigreren kan nogal een gedoe zijn. Als je naar Noorwegen wil verhuizen omdat je de Nederlandse bureaucratie zat bent, kan je beter in Nederland blijven. Echt. Een belastingaangifte is een eitje vergeleken bij een selvangivelse. Dat laatste alleen is al een reden om zaken als aandelen, koopwoningen en erfenissen nog niet met een twaalf meter lange stok aan te raken ;)

In juli 2014 was de overdracht van ons huis in Nederland. In mei 2014, nadat we een nogal laag bod op ons huis hadden geaccepteerd, wisten we zo goed als zeker dat we zouden vertrekken.

Wat te regelen voor een emigratie naar Noorwegen?

Ik heb toen de nodige uittreksels aangevraagd; wat internationale geboorte- en huwelijksaktes. Dat was in een ochtend geregeld, mede dankzij de aardige mensen bij burgerzaken. Dingen opzeggen ging ook gemakkelijk, een internetabonnement was alles, geloof ik.

Diploma’s hebben we niet laten vertalen, geen enkel uitzendbureau heeft gevraagd naar vertalingen. Dat kan je altijd nog doen als men er naar vraagt. Wel hebben we alle uittreksels zoals vermeld op norsk.nl nodig gehad. Sommige niet meer dan drie seconden, maar toch.

Verder viel er weinig te regelen. Ik heb me wel verdiept in verzekeringen en kinderbijslag, maar mijn ervaring was dat de dingen op zijn beloop laten en geen slapende honden wakker maken, een stuk eenvoudiger is dan de dingen helemaal netjes volgens de regels te willen doen want dat laatste is schier onmogelijk. Als je dat wel doet, kom je of niet weg of zwaar berooid in het land van je dromen aan.

We hadden toen we vertrokken nog geen werk in Noorwegen, wel spaargeld. Op basis daarvan kregen we een verblijfsvergunning zonder einddatum. We verbleven toen nog in een gehuurde hytte maar dat was geen probleem.

Als je je bij vertrek naar Noorwegen uit Nederland uitschrijft, heb je hier niets en in Noorwegen niets. We hebben ons dus niet uitgeschreven uit Nederland, maar hebben eerst alles geregeld in Noorwegen. Er is geen haan die ernaar kraait als jij je daar ophoudt, ook al loop je van alles te regelen. Niet in Nederland, niet in Noorwegen.

Er is voor een verzekeringsmaatschappij geen verschil of je daar nu als toerist, of als wannabe-inwoner rondtoert en je maakt het jezelf alleen maar lastig, duur en nagenoeg onmogelijk als je je netjes eerst afmeldt in Nederland of zulke dingen bij je verzekeraar meldt. Er zijn verzekeringsmaatschappijen die dolende figuren willen verzekeren, maar dat kost belachelijk veel geld.

Een f-nummer krijgen

Een f-nummer schijnt lastig te krijgen te zijn, maar de ambtenaar bij het belastingkantoor (oudere man, type baardige biker met een harley davidson-shirt) vond het leuk dat we Noors praatten en dat onze kinderen zich zo netjes gedroegen (‘doen ze anders nooit hoor’) en gaf ons het felbegeerde f-nummer toen we er beleefd om vroegen. Wijze les: Leer. De. Taal. Je hoeft geen filosofische bomen op te kunnen zetten met inwoners van Stavanger (moeilijkheidsgraad VIII op een schaal van I tot V) maar een gesprekje met een goedwillende ambtenaar behoeft geen enkel probleem te zijn. Dit is in een paar maanden onder de knie te krijgen.

Tip: neem een paar privelessen bij een ‘native speaker’. Die leert je ‘de er’ uit te spreken als ‘die aar’ en hoe je kjevik, søgne, ski, kylling, kilde en sky zegt op een manier dat men hier ook weet waar je het over hebt.

Leerplicht en emigratie naar Noorwegen

Een ander probleem was de school. Je kan twee weken vrij krijgen voor ‘orientatie op emigratie’ maar: niet grenzend aan een vakantie. Want ‘de burger’ moet ook wel tot op het bot wantrouwd worden, anders gaat ie zich zomaar allerlei vrijheden permiteren zoals zelf bepalen waar ie zijn kinderen mee naar toe neemt.

Ik belde met de leerplichtambtenaar in Tholen. Ik vertelde dat we in de zomervakantie naar Noorwegen zouden vertrekken om niet meer terug te komen en vroeg hoe ik dat netjes in het vat moest gieten, wat betreft verlof aanvragen en dergelijke.
Het kon niet.
Nee, ik mocht mijn kinderen niet zo maar van school houden. Dan zouden er behoorlijke consequenties zijn.
– Ook niet als ik niet meer naar Nederland kom, behalve om me uit te schrijven?
Nee, de kinderen moesten gewoon op 23 augustus weer op de St. Anthonius afgeleverd, of ze nu inmiddels in Noorwegen woonden of niet mevrouw.

Het mens werd zelfs lichtelijk agressief, ze wilde mijn telefoonnummer, de namen van mijn kinderen en hun school weten. Ik heb het gesprek afgekapt en haar verder niets verteld. 

Omdat de man nog een paar weken moest werken en we geen vast adres meer hadden, schreven we ons in bij mijn ouders in een andere gemeente.
Op de oude school wisten ze dat de kinderen na de zomer niet meer terug zouden komen. In december kwam er een brief van de Dordrechtste leerplichtambtenaar: of het klopte dat de kinderen niet op een school waren ingeschreven. Ik heb toen geantwoord dat de oudste sinds oktober in Noorwegen op school zat en dat we ons onlangs hadden uitgeschreven bij de burgerlijke stand van Dordrecht. Dat deden we op 23 december 2014.

Toen hadden we inmiddels alles geregeld in Noorwegen.

Tip: schrijf je in bij een andere gemeente, en vertrek met stille trom. Maak geen slapende honden wakker en zeker geen leerplichtambtenaren. Of bel met een afgeschermd nummer om de stemming te peilen want ik neem aan dat het geval Tholen een uitzondering was. 

Inschrijven op een Noorse school.

Dat is zo makkelijk. Moet je in Nederland een compleet psychotherapeutisch dagboek invullen, in Noorwegen was het geregeld met een telefoontje. “Ja, ze kan morgen beginnen. Nee, het is geen probleem dat jullie nog geen vast adres hebben.”
We schreven naam, toekomstig adres en telefoonnummer op een kladblaadje en de slungel mocht plaats nemen in de klas. Ze werd samen met een Bulgaars jongetje een paar uur per week bijgespijkerd in Noors door een lieve Iraanse dame.

En dat is ook nog een tip: piepkleine schooltjes in piepkleine dorpjes zijn leuk en alles komt vast goed, maar die hebben vaak niet de middelen die een grotere school in een groter dorp wel heeft. Ik heb verhalen gelezen van Nederlanders die gruwelijk misfornøyd waren omdat er voor hun drie kinderen (een autistisch, een met adhd en een hoogbegaafd) niet direct passend onderwijs was op een schooltje met 50 leerlingen ergens in de middle of nowhere in de bergen. Wat denk je dan?

Op ‘onze’ school zijn er 400 leerlingen, pakweg 40 pedagogen en een flinke handvol assistenten, kantoormedewerkers, leiders en milieuarbeiders. Het is een van de drie scholen in een gemeente met 10.000 inwoners.
Niet alles is mogelijk, maar iedereen doet zijn uiterste best en er zijn meer mogelijkheden dan op een dorpsschooltje. Dat is wel zo fijn voor kinderen die zich wat minder makkelijk redden.

Maar: de klassen zijn kleiner, het tempo lager, de druk minder groot en ik denk dat veel kinderen daar op zich al van opknappen. Proberen kan altijd, maar ga niet op je achterste benen staan als niet alles met een knip van je vingers geregeld wordt. Ting tar tid en Noren zeggen niet graag nee. Wees realistisch.

Want waar ga je wonen…

Als ik mijn leven voor me zag in Noorwegen, zag ik het niet aan de zuidkust. Richting Røros, Alta, Trysil of Steinkjer leek me passender. En waar we wonen? Aan de zuidkust. Dat heeft meerdere redenen:

  • Het is makkelijk naar reizen. Ik ga liever helemaal niet naar Nederland, maar het is fijn voor familie en vrienden die (gelukkig) op bezoek komen. Een reis vanaf hier naar het zuiden van Spanje kost evenveel tijd als naar het noorden van dit land. Ferry en vliegveld bevinden zich op 26 km van hier.
  • Het weer. Niet gruwelijk koud of enorm veel neerslag en dat heeft een aantal praktische voordelen.
  • Relatief dichtbevolkt. Het liefst zou ik wel ver weg van alles wonen maar dat maakt het leven met kinderen erg onaangenaam en duur.
  • Hier kunnen ze bij mooi weer zelf op de fiets naar de stad, de padvinders is 10 minuten rijden, een manege 5 minuten, het dorp zelf 7. Dankzij strategisch graaien inkopen, houden we de kosten voor levensonderhoud binnen de perken.
  • Maar toch landelijk en stil. Vergeleken bij Groot Oslo is het kneppel aan de greppel hier.
  • Het is goedkoper: Als je voor elk wissewasje een half uur in de auto moet en je eten moet kopen bij een kolonialhandel waar een grapefruit drie euro kost, zijn de lage huizenprijzen op het platteland snel gecompenseerd, plus meer dan dat. En als het 20 graden vriest de ganse winter, redt je het niet met een enkele houtkachel zoals we hier doen. In de buurt van een grote stad (Kristiansand, Arendal) wonen heeft gewoon voordelen
  • Je ontmoet nog eens iemand. Hoe graag ik de kluizenaar uithang, ik vind het zeker na afloop ook altijd leuk om weer eens iemand ontmoet te hebben. Want vergis je niet in de stilte hier ;)

Hoe vonden de kinderen het?

De oudste was zes toen we gingen. Ze wist dat we zouden gaan, als het huis verkocht was. In het begin liep ze wel eens te miepen, maar dat was vooral als ze weer een eind moest wandelen, berg op. Dat was snel over toen ze op school OOK elke vrijdag fikse wandelingen moest maken ;)

We hebben er zelf nooit moeilijk over gedaan. Ze hebben ons nooit zien stressen, moeilijk doen of schelden of horen verzuchten hoe fijn het was in Nederland. We gingen gewoon in Noorwegen wonen en dat was het.

Tip: zorg voor wat geld achter de hand. Het lost niet alles op maar je slaapt beter als je weet dat je morgen naar Nederland kan vliegen als je nog iets moet regelen. Ga er gewoon van uit dat de dingen wel op hun pootjes terecht komen, want dat doen ze ook. Ik heb nog nooit meegemaakt dat iemand niet bereid was ons te helpen.

Nederland zien ze als een soort vakantieparadijs, want opa en oma en restaurantjes en oom en tante en de neefjes en een nichtje en de buren van opanoma met reuzemikado en hun collectie gekke hoedjes en op de fiets naar de bakker en de hema en ijs van la venezia en warme stroopwafels van de markt.

Ze zijn Noors, vinden ze. Ze willen ook absoluut niet in Nederland wonen. Ze staan vol onbegrip naar een schoolplein met tegels en hekken met stekels te kijken en vragen zich af waar de kinderen dan spelen. Ze vinden het vies en een herrie en bovendien is hun leven al vier jaar lang hier. Ze hebben weinig herinneringen meer aan Nederland, alleen aan de buurkindjes die we nog af en toe zien.

Toen ik vroeg of ze echt Noors wilden worden, of Nederlands willen blijven zodat we nog eens in Nederland konden gaan wonen, was het antwoord uit drie monden: NOORS! En vervolgens: ‘Noors!’ uit een klein mondje, maar die kletst alles na. Die was nog Noord Koreaans geworden als die anderen drie het hadden geroepen.

Toch is het oordeel behoorlijk unaniem: hun leven is hier en ze zouden het niet anders willen. En wij ook niet.

Tangviga, fadderbarn en bla.

Op school en barnehage (kdv, maar dan met het belang van de kinderen in plaats van de investeringsmaatschappij voorop)  worden er veel dingen ondernomen met kinderen uit andere klassen en groepen.

Het is een traditie dat mensen die klaar zijn met videregående skole op hun 19e, aan het einde van het jaar langs gaan bij de barnehage met ijs en op de grunnskole met flessen scheerschuim voor een scheerschuimgevecht. Uitvoeringen worden vaak gedaan met meerdere jaargangen.
Leerlingen uit het vijfde jaar krijgen allemaal -na een heuse cursus- een eerstejaars leerling onder hun hoede die ze min of meer begeleiden het eerste jaar.
De slungel heeft een jongetje met down syndroom onder haar hoede. Zij en nog drie vriendinnen uit de vijfde namen hun  ‘fadderbarn‘ mee naar de bioscoop. Zulke dingen zijn zo leuk en bijzonder.

Vandaag kwamen de kinderen die dit jaar zijn begonnen op school een middagje terug op de barnehage, waaronder ook de grote vriendin van Fietje.  Volgend jaar komt Fietje bij haar op school. Als Fietje 5,5 jaar geleden niet zo traag was geweest en twaalf dagen eerder geboren, was ze dit jaar al naar school.

Het is wel overzichtelijk, allemaal naar school in augustus het jaar dat je zes wordt, maar in het geval van onze nogal wijze tweede dochter is dat laatste jaar barnehage nogal overbodig. En duur. Maar goed. Ze heeft het naar haar zin maar wil elke keer mee de andere twee op de schoolbus zetten, die ze dan verlangend staat na te kijken terwijl ie uit het zicht verdwijnt.

Vandaag was eigenlijk de ‘vrije dag’ van de kinderen, maar toch mochten ze allebei een paar uurtjes naar de barnehage omdat Sophia haar vriendin zo graag wilde zien. Zo leuk dat zulke dingen zo maar kunnen.

Vanmorgen toen we opstonden, was het KOUD. Gisteren was er al nachtvorst. Ah, zalig. Maar koud. Ik stookte de kachel weer eens op en toen kwam de zon door. Die staat in deze tijd van het jaar -en over een half jaar weer- een aanzienlijke tijd recht in de keuken en de kamer. Het was HEET!

Aan het einde van de middag gingen we nog even naar Tangviga. Dat is een prachtig rotsig strand achter een camping. De zee was wild, het licht heel septembers en de temperatuur was mild.

Ik ben zo blij dat we hier wonen.