Bestaat ‘het goede leven’?

Filosofie gaat vaak over het leven van ‘het goede leven’. Hoe je dat goede leven leeft? Er zijn vele wegen die naar Rome leiden.

Over een paar dingen is men het wel eens: het goede leven heeft niets te maken met het vergaren van macht, het dansen naar de pijpen van anderen, status, overdadig consumeren, meer willen dan je gegeven wordt of anderen benadelen om er zelf beter van te worden.

Het goede leven is eenvoudig leven. Dat zeiden Epicurus, Epictetus, Thoreau en Scott Nearing. Onder andere.

Ik kan dat alleen maar onderschrijven. Des te minder ik heb, des te vrijer, zorgelozer en beter ik me voel. Ik geniet als ik kan wandelen om het wandelen, zonder doel. Geef me wat aarde en plantenzaden en ik ben gelukkig.

De simpele dingen zijn de dingen die me het meest gelukkig maken. Hout hakken en de kachel aanmaken. Koud water op een warme dag. De door een vriendin gebreide wollen sokken op een koude dag. Het geluid van een miljoen ontwakende vogeltjes in het bos. De eerste sneeuw. Het horen smelten van de laatste sneeuw. Hertjes zien in het bos. Van de wandelingen, van de gesprekken met een kleuter die aan mijn hand meeloopt, van eetbare dingen vinden in het bos, van goed gelukt brood uit de oven en wijn op het balkon in de zon.

was het vroeger beter?

Vroegah was het natuurlijk ook niet alles: kiespijn was een martelgang, er gingen veel meer kinderen en kraamvrouwen dood en men sloeg elkaar toen ook al de hersens in om niks. Toch denk ik dat ‘het goede leven’ vroeger bereikbaarder was dan nu.

Het was vast niet heel moeilijk om in bijvoorbeeld Griekenland ‘het goede leven’ te leven. Er waren veel minder mensen. Er was geen vervuiling. Er was geen afhankelijkheid van supermarkten, internet of andere als gemak verpakte ziektes. Er was geen afval.

Epicurus woonde bijvoorbeeld gezellig met vrienden in een hutje op de hei. Hij at brood, kaas, olijven en groenten en dronk een incidenteel glas wijn (jaja, ik ook). Dat klinkt heerlijk. Maar wat als hij vandaag de dag had geleefd?

We zijn met te veel om te leven wat de natuur ons geeft. Aten we geen industrieel gefokte varkens dan was het snel gedaan met de herten en konijnen in het bos met 7 miljard van ons.

Je had 34 vergunningen moeten aanvragen om een huis in het bos te bouwen en moeten aantonen dat het niet in strijd was met het bouwbesluit, beschermd bosgezicht en welstands-geneuzel.
Hij had geen ingelegd water en stroom maar hoefde ook geen tienduizenden euro’s te betalen om het te laten aansluiten op de netwerken, hij hoefde geen mannetje als er weer eens (natuurlijk in het weekend) iets niet werkte.

Als hij aan het water woonde, hoefde hij geen moeite te doen om volk op waterscooters die die schattige visdiefjes wegjagen te accepteren of negeren want ah, er waren nog geen waterscooters! En ook geen stereo-installaties met boink-boink, de hele dag. Wat een heerlijke tijd moet het geweest zijn, zonder apparaten op electriciteit en benzine.

Hij werd niet door 45 camera’s in de gaten gehouden als hij inkopen ging doen. Als ie een ommetje ging maken waren er geen complete bospercelen omgekettingzaagd maar liep hij in zielverzorgend oerbos.

Het παραλία lag nog niet vol met aangespoeld plastic. En: hij hoefde geen belastingaangifte te doen via traag internet.

Zoals Doug Stanhope zei:

Give a man a fish, and he will eat for a day. Teach a man to fish, and he will eat for a lifetime’: “Today, if you teach a man to fish, then he’s gotta get a fishing permit, but he doesn’t have any money, so he’s got to get a job; enter the social security system; and pay taxes… If he builds a fire to cook the fish, he’ll be cited for an open flame. After eating the fish, his chances of mercury poisoning double, and the Health Department will scold him about where he dumped the guts and scales, saying, ‘This is not a sanitary environment!’ and ladies and gentlemen, if you get sick of it all, at the end of the day, it’s not even legal for you to kill yourself in this country!”

Desalniettemin kunnen we veel leren van wat bijvoorbeeld Epicurus onderwees.

Dat vrije tijd je gelukkig maakt. Tijd om gewoon te zijn, met fijne mensen om ons heen. Niet om een bucket list af te werken of geld over de bank te smijten in een ver land maar om te proberen een garnaal met je handen te vangen ofzo. Of om wolkenpatronen te bestuderen. Werk doen dat voldoening geeft.

Macht, politiek en maatschappelijke bla: men kan er maar beter ver van blijven.
Dat genieten van het leven uiterst belangrijk is maar dat overdaad van het genotene schaadt.

Echt eenvoudig leven is niet legaal. Probeer maar een huisje in het bos te bouwen of te leven zonder postadres. Mag niet. Maar zo lang ik moeite doe om bij de consumptiemaatschappij uit de buurt te blijven, een beetje kan aanklooien en me zo weinig mogelijk aantrek van wat anderen ervan vinden ben ik toch best een tevreden mens.

Advertenties