Verhalen vertellen.

Verhalen uit lang vervlogen tijden heb ik altijd prachtig gevonden. Volksverhalen, mythologie, sprookjes…
Ik dring de kinderen echte verhalen op. Met mate, want als DL2 zes maanden achter elkaar ‘Molletje en de Adelaar’ wil horen voor het slapen gaan, doen we dat gewoon ;) Ik heb niets met titels als ‘Bobbi gaat naar de supermarkt’, maar de Sprookjes van Grimm is (zijn?) stukgelezen.

Hoe ouder je wordt, des te minder echte verhalen je hoort. De juf of meester verruilt de verhalenboeken voor boeken vol geneuzel over BNP, natuurlijke hulpbronnen en het sprookje van meer welvaart is gelijk aan meer geluk, de industriële revolutie was een zegen en vroeger waren de mensen gek want ze geloofden in sprookjes, in duivels en heksen, in magie en in wonderen en in hogere machten.

Ik denk: vroeger zagen de mensen het. Voelden ze het. Wisten ze het. De ervoeren het. Dingen die wij heel soms nog voelen. We zijn het resultaat van 200.000 jaar voorouders. Van verhalen. Liefdes. Oorlogen. Hongersnoden. Magische belevenissen. Wonderen. Natuurrampen. verwondering. Legendes. Sagen. Mythen. Feesten. Veroordelingen. Verbondenheid. Een leven lang op een plek en grote volksverhuizingen. Ontdekkingstochten.
Verbondenheid met de natuur die over ons lot beschikt maar wat we zijn gaan zien als een plek om op te laden om weer te kunnen functioneren in de ‘echte wereld’, als economisch goed, als plek om nog meer huizen en fabrieken neer te gooien en als entertainment.

We puzzelen een apparaatje in elkaar met stoffen die het resultaat zijn van miljarden jaren en ongelofelijke processen die plaats vonden op onze aarde. We noemen het de iPhone. Alsof ‘i’ er recht op heeft het te bezitten. We bejubelen de man die het uitvond (maar zelf zijn kinderen er ver van hield, dat ter zijde) en marginaliseren het leven van de slaven die ze voor ons in elkaar zetten.

We denken dat we oh zo speciaal zijn met onze toffe precisiebommen, electrische auto’s, telefoons, computers en landbouwtechnieken maar we overleven nog geen drie dagen in een bos. Wat weten we nog?

Soms voelen we nog wie we zijn, diep van binnen. Als we geraakt zijn door de schoonheid van een zonsondergang. Als we op vakantie rond een kampvuur zitten tot ’s avonds laat. Als we ons klein voelen in een onweersbui. Bij het zien van een zwerm spreeuwen. Als we slapen met het raam open en de maan die naar binnen schijnt. Als we in de tuin rommelen met planten en de tijd lijkt niet te bestaan. Als het stil is om ons heen. Na een lenteregenbui. Als we iets eten dat niet door mensenhanden in de grond is gestopt. Als we aan de zee staan tijdens een novemberstorm. Als de bladeren vallen in de herfst en we weer een jaar achter ons laten. Als we een vogel die tegen het raam vloog oppakken om veilig weg te zetten en voelen hoe warm en licht deze is.  Als we lammetjes zien springen. Als we opeens de aanwezigheid van een overleden persoon opmerken. Als we denken: ‘ha! 1-0, motherfucker’ bij het zien van een delicaat groen klein plantje dat zich door een stuk asfalt heeft gewrongen. Als we een uil horen roepen. Als we in een land komen waar mensen niet alles hebben platgetrapt. Als we een eenzame papegaai zien zitten en voelen dat dat niet klopt. Als we de onbedwingbare behoefte voelen om in open water te springen.

Hoop ik.

In plaats van magische verhalen hebben we kattenfilmpjes en documentaires over De Natuur als vermaak. ’s Ochtends beginnen we met verhalen over alle dingen die onze geluk en welvaart bedreigen, overdag laten we ons wijsmaken dat werk geen noodzakelijk kwaad is maar de perfecte manier om ons te uiten, te ontplooien en te groeien.
We laten ons vertellen dat we moeten zoeken naar een perfecte balans tussen werk en familieleven, alsof dat laatste niet zonder enige twijfel het belangrijkste is.

Zodra we vrij zijn, zappen we naar nieuwe verhalen over alle dingen die onze geluk en welvaart bedreigen, alleen onderbroken door de monologen van de reclame die vertellen dat je al je ellende achter je laat als je nieuwe glorix-bleek onder de rand van je plee spuit (fuck de vissen), je wimpers nog ultraverleidelijker zwart verft, je kleren nog harder in synthetische geurstoffen dompelt en VOOR MAAR 399 ALL IN naar Egypte vliegt deze zomer. Alleen deze week: 3 halen 2 betalen bij Kruidvat! Koop het NU, want daarna komt er NOOIT meer een aanbieding voor sopjes!

Ter ontspanning kijken we platter-dan-plattere tv. Mensen die het vreselijk vinden kunnen me wel precies vertellen waar het over gaat. Hmmm…..

Voor de lol kijken we series over moordzaken met de meest gruwelijke slachtingen die moeten worden onderzocht. Familiedrama’s. Oorlogsdrama’s. Gekke middeleeuwers met hun bijgelovige onzin. Dit is toch veel beter.

Ze noemen het geïnformeerd zijn, kapitalisme, vooruitgang, groei, ontspanning, entertainment en welvaart. Ik vind het intense armoe.

Onze verhalen zijn echt van de onderste plank.

Als je er langzaamaan achterkomt wat er gaande is.

Wie je bent.

Iets dat in een paar generaties verloren is gegaan. 333 generaties geleden waren we jager-verzamelaars. Onze grootouders leefden vaak in hun jeugd nog zonder elektriciteit en stromend water en wisten zich te redden met een groententuin en een varken.

Het blijven vertellen van verhalen is belangrijk. Voorlezen. Lezen. Kijken. Het bos in. Naar zee. Wijzen op dingen in de lucht, in de wolken, in de aarde. Hoe het ruikt buiten.

Vandaag zagen we een aankomende storm terwijl we pootje baadden in zee. Ik wees de jongen op een soort grijze regenboog, die zich ontwikkelde. Zo’n diep donkergrijze lucht met fel verlichte meeuwen boven en knalgroen gras beneden waardoor je weet dat het tijd is om handdoeken, slippers en kinderen op te pakken om naar binnen te gaan.

Hij vertelde van die grijze regenboog tegen zijn vriendjes en zei erbij dat de dingen allemaal energie zijn en dat onze hersens zorgen dat we kleuren zien. En dat dat magisch is want magie bestaat wel. Ik was trots :)

Advertenties